De onzichtbare stad
Rome

De onzichtbare stad


Het moet in mijn studententijd zijn geweest dat ik het boek ‘Onzichtbare steden’ van Italo Calvino heb gelezen. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik het niet helemaal begreep, maar er wel door geïntrigeerd was. In dit boek laat hij Marco Polo - de Venetiaan - optreden als verteller in een soort raamvertelling: de beroemde reiziger geeft, ten overstaan van de Aziatische keizer Kublai Kan, een beschrijving van alle steden die hij bezocht heeft op zijn reizen als gezant. Wat mij intrigeerde was hoe hij het verleden een positie gaf in zijn beschrijvingen. Enkele van de beschreven steden verwijzen naar de relatie tussen leven en dood, herinnering en verlies. Dit thema benadrukt de manier waarop steden niet alleen fysieke ruimtes zijn, maar ook opslagplaatsen van herinneringen, geschiedenis en zelfs de schaduw van degenen die niet langer leven. Zou onze interesse in begraafplaatsen komen omdat ze je helpen om de stad van de levenden beter te begrijpen? We gebruiken onze laatste reis naar Rome om dit te illustreren. Overigens een stad waar Italo Calvino - in Cuba geboren uit Italiaanse ouders - ook jaren heeft gewoond. 

Een van de meest opmerkelijke begraafplaatsen in Rome, is er een waar niet iedereen naartoe durft te gaan of zich op zijn of haar gemak voelt. Onder de kerk van Santa Maria della Concezione dei Cappuccini aan de Via Veneto nabij Piazza Barberini bevindt zich de Kapucijnencrypte. Het is een kleine ruimte bestaande uit verschillende kleine kapellen. Het bevat de skeletresten van naar schatting 3.700 lichamen waarvan men denkt dat het kapucijner monniken zijn die door hun orde hier zijn begraven. Begraven is wellicht niet het woord dat bij je opkomt als je de rangschikking van alle botten en schedels in de verschillende kapellen bekijkt. 

Toen de kapucijner broeders in 1631 bij de kerk aankwamen, verhuisden ze van het oude klooster naar deze plek. Zij brachten 300 karren vol stoffelijke resten van overleden broeders mee. Men zegt dat Pater Michael van Bergamo toezicht hield op de rangschikking van de botten in de grafcrypte. Op bevel van paus Urbanus VIII werd aarde uit Jeruzalem in de crypte gelegd. Wanneer er tijdens de ingebruikneming van de crypte monniken stierven, werd de langst begraven monnik opgegraven om plaats te maken voor de pas overledene, die zonder kist werd begraven. De opgegraven botten werden toegevoegd aan de rangschikking in decoratieve motieven. Lichamen brachten doorgaans 30 jaar door met ontbinden in de grond, voordat ze werden opgegraven. De botten werden langs de muren gerangschikt. Hier kwamen de kapucijnen elke avond bidden voordat ze gingen slapen. De crypte, of het ossuarium, bevat nu de overblijfselen van de monniken die begraven zijn tussen 1500 en 1870, een tijd waarin de rooms-katholieke kerk begrafenissen in en onder kerken toestond. Vanaf 1851 werd de crypte alleen nog maar voor het publiek geopend (voor een toegangsprijs) voor de week na Allerzielen. Vanaf 2022 is de crypte dagelijks geopend voor het publiek, behalve op bepaalde feestdagen.

Kapucijner crypte
Kapucijner crypte

Er zijn zes verschillende kapellen. Een kapel van de Wederopstanding, met een schilderij van Jezus die Lazrus uit de dood opwekt, omlijst door verschillende delen van het menselijk skelet. Dit is de grootste ruimte waar de mis wordt opgedragen; hier liggen geen botten opgestapeld. Wel bevat deze ruimte het graf van de pauselijke Zouaven die stierven bij de verdediging van de Pauselijke Staat in de slag bij Porta Pia. Vervolgens een kapel van de schedels, een van de bekkens, een van de beenbotten en dijbeenbotten en tenslotte de kapel van de drie skeletten. Hier hangt een bord in vijf talen: "Wat u nu bent, waren wij vroeger; wat wij nu zijn, zult u zijn." Het heeft iets macabers maar is dat niet een gevolg van het feit dat wij niet gewend zijn om menselijke resten bovengronds te zien? De kapucijnerorde wil benadrukken dat het een beeld is om het snelle verstrijken van het leven op aarde en de sterfelijkheid te verbeelden. Zie het als een vorm van kunst enerzijds en anderzijds als het gebaar om de vele monniken die hen zijn voorgegaan bij hen te houden en te eren. En ik mag het misschien niet zeggen, maar die motieven zijn gewoon mooi. Het is voor mij ook het bewijs dat we als mensen onderling maar heel weinig verschillen - zeker als je tot het bot gaat - en samen iets heel moois kunt vormen. 

Een van de verrassingen bij ons laatste bezoek aan Rome was het bezoek aan Cimitero Teutonico binnen Vaticaanstad. Wij zagen ellenlange rijen bezoekers om de St-Pietersbasiliek in het Vaticaan te bezoeken. Gelukkig hebben we jaren geleden deze kerk al bezocht, in tijden toen de rijen een stuk korter waren. In een boek hadden we gelezen dat er een begraafplaats van Duitsers en Vlamingen binnen Vaticaanstad te bezoeken zou zijn. Het is gelegen aan de zuidzijde van de St-Pietersbasiliek en wordt bewaakt door de Zwitserse garde, de pontificale bewakingseenheid van Vaticaanstad.  Deze garde bestaat uit Zwitserse rooms-katholieke vrijwilligers. Ze moeten minstens 174 cm lang en tussen de 19 en 30 jaar oud zijn. Zij dienen minimaal twee jaar in het korps, wonen tijdens die periode in de kazerne en hebben gedurende deze jaren de Vaticaanse nationaliteit. Ze hebben prachtige kostuums in goud-geel, blauw en rood. Wij melden ons met onze paspoorten bij twee gardeleden, worden in het Duits toegesproken en mogen zo doorlopen. 

Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi
Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi

Het Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi heet de begraafplaats eigenlijk (begraafplaats der Duitsers en Vlamingen). Een bord bij de entree geeft de volgende informatie: “De oudste Duitse nationale stichting in Rome, opgericht op het terrein van het Neronische circus. Hier ondergingen christenen in het jaar 68 n. Chr. het martelaarschap. Voor het eerst vermeld als Schola Francorum in 799. Opgericht als een aartsbroederschap waarvan de leden afkomstig zijn uit de Duitstalige, Nederlandse en Vlaamse cultuurgebieden die hier het recht op begrafenis bezitten. De kerk werd in 1500 gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Smarten. Sinds 1876 bevinden zich in de aangrenzende gebouwen een wetenschappelijk priestercollege en sinds 1888 het Romeinse Instituut van de Görres-Gesellschaft.” De Schola Francorum is een stichting die is opgericht ten behoeve van Frankische pelgrims en dateert uit de 8e eeuw. In 1579 werd het Broederschap tot Aartsbroederschap verheven door Paus Gregorius XIII. Dit Broederschap was enkel toegankelijk voor inwoners van het Heilig Roomse Rijk. Tegenwoordig zijn vooral Duitsers en Oostenrijkers lid, maar ook enkele Belgen en Nederlanders. 

Na de drukte op het St-Pieterplein was het een verademing om op het ommuurde terrein van deze kleine begraafplaats te komen. Vrijwilligers waren de grafmonumenten aan het restaureren. Dat leverde een bijzonder beeld op van hun buik liggende mensen met kwasten in de hand op de liggende grafmonumenten; zij spraken allen Duits. Wij dwaalden rond om de sfeer te proeven en om te kijken of we nog bekende namen op de monumenten aantroffen. Toen voor ons nog niet bekend maar wel bijzonder is het graf van een 16e-eeuwse beeldhouwer: Jacob Corneliszoon Cobaert (Coppe Fiammingo), begraven in 1615. Ons trof het meest het graf van mgr. dr. Herman Schaepman. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat wij zijn naam vooral kennen als straatnaam. Hij was een Nederlandse dichter, rooms-katholieke priester, theoloog en politicus. Hij speelde een belangrijke rol in de katholieke emancipatie in Nederland omdat hij de eerste priester was die lid werd van de Tweede kamer. Schaepman overleed op 58-jarige leeftijd in Rome en werd op deze begraafplaats begraven. De grote staatsman Abraham Kuyper uit Nederland telegrafeerde na zijn overlijden naar Rome: Quis non fleret? (wie zou niet wenen?). 

Abraham Kuyper is verrassend genoeg een verbindende factor naar een ander graf, dat van Petrus Albert Kasteel (1901-2003). Hij was een Nederlandse journalist, verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoolog, schrijver en diplomaat (in Curaçao, Chili, Ierland en Israël). Hij promoveerde in de politieke en sociale wetenschappen in Leuven met een proefschrift over deze staatsman. Tot zijn dood op hoge leeftijd woonde Kasteel met zijn vrouw en met hun zoon mgr. Karel Kasteel aan de Via della Conciliazione in Rome, op een steenworp van het Vaticaan. Hun gastvrije flat was bekend bij de Nederlandse bisschoppen en bij de velen die zich in de jaren zestig, zeventig, tachtig zorgen maakten om de modernisering en teloorgang van de rooms-katholieke kerk in Nederland.

Ook nog het vermelden waard is het feit dat een 80-jarige Belgische bedelaar, Willy Herteleer (1935-2015) met toestemming van paus Franciscus hier is begraven nadat hij in Rome overleden was. En begin januari 2018 werd een tweede Belgische dakloze, Cesar Willy De Vroe op het Campo Santo begraven. Hij overleed op 4 januari 2018, nadat hij dertig jaar in Rome op straat had geleefd. Rijk en arm, ver van hun geboortegrond, komen hier samen.

Anders dan je waarschijnlijk vermoedt – want in Parijs is het gebouw dat hierna is vernoemd wel bekend als begraafplaats van beroemdheden - is het Pantheon in Rome niet de begraafplaats van beroemde Italianen. Het is de Romeinse tijd gesticht door keizer Hadrianus. Het oorspronkelijke gebouw dateerde uit 27 v. Chr. en werd gebouwd onder het consulaat van Marcus Agrippa. Na brand en blikseminslag moest het gebouw telkens weer worden opgebouwd en uiteindelijk liet Keizer Harianus tussen 119 en 125 het Pantheon geheel herbouwen, waarbij het zijn huidige ronde vorm kreeg achter het portaal. Na de val van het West-Romeinse Rijk bleef het Pantheon in bezit van de Byzantijnse keizers, hoewel zij geen werkelijke macht meer hadden in Rome. Keizer Phocas schonk de tempel in 609 aan paus Bonifatius IV. Deze paus maakte van het Pantheon een kerk, de Santa Maria ad Martyres (Santa Maria van de Martelaren). Om die reden is het Pantheon nooit afgebroken, wat bij de meeste andere niet-christelijke tempels in Rome wel is gebeurd.

Pantheon
Pantheon

Als bouwkundigen kunnen we het niet nalaten om iets te vertellen over dit opmerkelijke gebouw en vooral het ronde gedeelte met de naam rotunda. De koepel is opgebouwd uit vijf ringen met cassetten en steunt voornamelijk op acht kolommen. De koepel is in metselwerk en ongewapend beton uitgevoerd met een centrale opening, de oculus, met een diameter van 8,7 meter. Deze opening is ook echt open en het regent dus soms naar binnen, hoewel er niet veel water binnen komt. De vloer is licht hol om het regenwater in het centrum af te kunnen voeren. De diameter van de koepel is gelijk aan de hoogte van de vloer tot aan de oculus: 43,30 meter. Om het gewicht van de koepel te beperken wordt de wand van de koepel steeds dunner geconstrueerd en is bovenin lichter materiaal gebruikt. De schil van de koepel is bovenaan bij de oculus 1,2 meter dik en rust tenslotte rondom op 7 meter dikke muren. Onderin is zware basalt gebruikt en bovenin bij het oculus cement van gemalen puimsteen. Dat materiaal is zo licht is dat het in water drijft. De afmetingen van het bouwwerk zijn zo berekend dat elk jaar op 21 april, de dag waarop volgens de legende de stad Rome is gesticht, het zonlicht op het middaguur exact valt op het ingangsportaal. 

In verschillende bronnen wordt melding gemaakt van het feit dat sinds de Renaissance mensen er werden begraven, maar je kunt moeilijk achterhalen hoeveel mensen dat zijn. Het zijn er in ieder geval niet veel. De meest beroemde persoon uit die periode is de schilder Raphael (1483- 1520). Hij had veel artistiek werk gemaakt voor het Vaticaan en was betrokken geweest bij het behoud van vele oude monumenten in Rome. De paus Leo X vervulde de wens van de schilder die verliefd was geworden op het gebouw. In het Pantheon liggen twee koningen van Italië begraven: Vittorio Emanuele II (1820-1878) en Umberto I (1844-1900) en zijn vrouw de koningin Margherita (1841-1925).

Rome
Rome

 Een groter contrast is niet denkbaar tussen Campo Santo en Campo Verano. Campo Verano ligt ten noorden van het hoofdstation (Termini), aan de Circonvallazione Tiburtina nabij de basiliek van Sint-Laurentius buiten de Muren. Campo Verano is de grootste begraafplaats van Rome en een van de grootste begraafplaatsen die wij ooit hebben gezien. We zullen het maar eerlijk toegeven: wij zijn op deze begraafplaats verdwaald juist toen we een trein moesten halen. Op de kaart lijken station en begraafplaats naast elkaar te liggen, maar dan vergeet je dat de begraafplaats hoger ligt en dat station Termini ook nog een kopstation is. We hadden geen idee waar we waren en hoe we er weer uit konden komen. Er waren nog geen mobiele telefoons; de geabstraheerde plattegronden op de begraafplaats hielpen ons niet om te weten waar we de kortste route naar het station konden vinden. Maar we hebben de trein nog net gehaald. Jammer genoeg was de speciale paardentramlijn die in 1879 in gebruik werd genomen er niet meer; dan was het vast eenvoudiger en leuker geweest. 

Deze begraafplaats werd tussen 1807 en 1812 aangelegd naar een ontwerp van architect en stadsbouwmeester Giuseppe Valadier (1762-1839). Het werd aangelegd in opdracht van het Napoleontisch bewind, buiten de stadsmuren zoals toen in de wet werd vastgelegd. Nadat de Fransen uit Italië vertrokken waren, nam de Kerkelijke Staat het beheer van de begraafplaats over. Deze begraafplaats dankt zijn naam aan het feit dat hier ten tijde van de Romeinse republiek de landerijen lagen van de vooraanstaande familie van senator Verani. Onder paus Gregorius XVI en paus Pius IX werd de begraafplaats uitgebreid. De begraafplaats heeft behoorlijk wat oorlogsschade geleden door het bombardement van 19 juli 1943. 

De entree is aan de westzijde gelegen. De toegangspoort valt niet te missen met vier grote beelden die meditatie, hoop, liefde en stilte voorstellen. Deze beelden werden gemaakt door Francesco Vespinagni (1842-1899). Er zijn meerdere ingangen. Deze zijn veel minder monumentaal, met de auto toegankelijk en zelfs voorzien van rijstroken voor beide richtingen. Met dat autoverkeer op de begraafplaats voelt deze plek als onderdeel van de stad van de levenden. Voor ons gevoel is het heel raar om de serene sfeer te doorbreken met autoverkeer, maar gezien de grootte van de begraafplaats (en vaak de leeftijd van de bezoekers) is dit hier volstrekt begrijpelijk. 

Camoo Verano
Camoo Verano

De hoofdas vanuit de monumentale poort heeft een straatnaam: Via del Verano. Vrij kort na de poort kom je bij een monumentaal ommuurde ruimte met galerijen. Graven tref je hier in de galerijen maar ook in het veld in het midden. De Via del Verano loopt dood op de Chiesa di S. Maria della Misericordia. Daarachter komt je via hellingen en trappen op het grote veld met cipressen en graftombes in allerlei soorten en maten. Als je naar het oosten doorloopt heb je het gevoel dat je van de villawijk in de naoorlogse wijk met hoogbouw bent terechtgekomen. Tientallen gebouwen in verdiepingen met grafmonumenten en grafnissen. Soms in een hof- of kamstructuur of in een stervorm. Van boven zou je denken dat dit flatgebouwen zijn. Maar het zijn woningen voor de doden, niet voor de levenden. Er zijn hele bijzondere graven bij, zoals de Italianen gewend zijn dit te doen. Ook zijn er beroemdheden begraven zoals de acteur Marcello Mastroianni, bekend van de film La dolce vita uit 1960 die zich in Rome afspeelde. 

Het wekt weinig verbazing dat Campo Verano vooral een plek is voor de rooms-katholieke gemeenschap. Toch is er ook een kleinere afdeling voor de Romeinse joodse gemeenschap. Voor de protestantse gemeenschap is er sinds 1738 een andere begraafplaats met de prachtige naam Cimitero Acattolico (niet-katholieke begraafplaats). Deze begraafplaats ligt in het zuiden van de stad, vlak bij de Piramide van Caius Cestius, bij het voormalige treinstation en nu metrostation Roma Porta S. Paolo. De piramide is een grafmonument voor de Romein Gaius Cestius Epulo(nius) die in 12 v. Chr. overleed. Hij was gefascineerd door Egypte en zijn piramides en liet in zijn testament vastleggen dat van zijn erfenis een graftombe in de vorm van een piramide gebouwd moest worden. Met een grondoppervlakte van 29,5 m bij 29,5 m en een hoogte van 36,5 m niet iets wat je snel over het hoofd ziet. Het is in 2014-2015 gerestaureerd. De wijze waarop de piramide in de Aureliaanse stadsmuur (271-275) is opgenomen, oogt erg vreemd. Keizer Aurelianus wilde de muur zo snel mogelijk bouwen dus werden bestaande gebouwen gewoon in de muur opgenomen. Doordat de stadsmuur nog lang voor de verdediging is gebruikt, is ook de piramide behouden gebleven. 

Sinds de 18e eeuw werd op de Prati del Popolo Romano (weiden van de Romeinse mensen) de niet-katholieken begraven omdat zij niet in een kerk begraven mochten worden. Tevens wilden zij niet begraven worden op de armen begraafplaats of bij hen die de laatste sacramenten niet hadden ontvangen. Zo ging men op zoek naar een plek dat voldoende marginaal was maar ook nog enig waardigheid had en dat vond men hier naast de oude stadsmuur in de wijk Testaccio. Tot 1765 mocht men geen monumenten plaatsen, het moest tenslotte een weide blijven. Tot de 19e eeuw leek de begraafplaats op een tuin met een landelijke sfeer. 

Na de Italiaanse eenwording in 1870 groeide de bevolking en kwam er druk op de ruimte binnen de stad voor de bouw van woningen. Door ingrijpen van diplomaten en buitenlandse ambassades bleef de begraafplaats in stand. Ook al was het kerkhof voor protestanten, het stond tot 1870 onder streng toezicht van de paus. Alle grafschriften moesten ter goedkeuring aan een pauselijke commissie worden voorgelegd en kruistekens op de graven waren ten strengste verboden. Pas met de opheffing van de Kerkelijke Staat kwam er ook een einde aan deze strenge voorschriften. In 1921 werden er officiële richtlijnen voor de protestantse begraafplaats opgericht. Toen werd onder andere bepaald dat deze plek ‘ter beschikking wordt gesteld aan alle buitenlandse staten met protestantse en orthodox-katholieke staatsburgers’, in 1953 werd veranderd in ‘niet-katholieke staatsburgers’. Er zijn hier ongeveer 4000 mensen begraven. 

Om bij de entree van deze begraafplaats te komen, moet je dus ‘door’ de stadsmuur en om de piramide heen naar de Via Caio Cestio. Eenmaal binnen de poort wordt je allerhartelijkst ontvangen door vrijwilligers, in ons geval Britten. Zij vragen waar je vandaan komt en of je op zoek bent naar een bijzonder graf. Er is een winkeltje bij het kantoor waar je een kaart van de begraafplaats en boekjes kunt kopen. Zij geven zelfs een eigen tijdschrift uit. Op de kaart, die wij natuurlijk hebben gekocht, staat elk graf. Elk grafsteen is getekend met de kenmerken van het graf en in de legende zijn bijna 150 namen van overleden opgenomen. Veel van de graven zijn van buitenlanders die in Rome hebben gewoond en gewerkt. Veelal kunstenaars, schrijvers, acteurs en diplomaten. De kaart is een leparello, als een harmonica opgevouwen. 

Plattegrond Cimeterio Acattolico
Plattegrond Cimeterio Acattolico

Als je na de poort naar links gaat, dan komt je op het oudste deel van de begraafplaats: een licht glooiende helling met enkele graven in het gras met vrij zicht op de ommuring en de piramide achter de muur. Op het oude deel van de begraafplaats is het oudste graf dat van George Langton (1713-1738), een student uit Oxford. In 1803 stierf de oudste zoon van de protestant Wilhelm von Humboldt, die in Rome woonde en als Pruisisch gezant werkzaam was aan het pauselijk hof. Hij is de naamgever van de Humboldt universiteit in Berlijn. Toen ook zijn vier jaar jongere zoon overleed, gaf Paus Pius VII hem een stuk land bij de piramide, zodat hij zijn beide zonen in alle rust kon laten begraven. Volgens de overlevering heeft Von Humboldt rond de twee grafzerken een hek laten zetten, waardoor het ontstaan van het protestantse kerkhof een feit was. 

Het meest beroemde graf is dat van de Engelse dichter John Keats (1795-1821). Hij verloor zijn ouders al op jonge leeftijd en zijn broer overleed in 1818, net als zijn moeder aan tbc. De ziekte openbaarde zich ook bij hem en op advies van zijn arts ging hij in 1820, op uitnodiging van de dichter P.B. Shelley, naar Italië. Daar stierf Keats op 23 februari 1821. Zijn graf ligt naast die van zijn veel later gestorven vriend de kunstschilder Joseph Severn (1793-1879). Hun graven staan op één perk. 

Op de grafsteen van Keats staat de volgende tekst onder een met een harp met te weinig snaren, wat symbool staat voor zijn te vroeg afgebroken leven en artistieke carrière: 

"This grave contains all that was mortal of a young English poet, who on his death bed in the bitterness of his heart at the Malicious power of his enemies, desired these worst to be engraven on his tomb stone: here lies one whose name was writ in water". 

Op die van Severn staat onder een reliëf van een schilderspalet met kwasten: 

Devoted friend and death-bed companion of John Keats, whom he lived to see numbered among the Immortal Poets of England”. In de ommuring is nog een monument voor Keats opgenomen met zijn portret. Dit is later geplaatst en heeft de volgende tekst: 

“Keats! If thy cherished name be ‘writ in water’, Each drop has fallen from some mourner’s cheek,
A-scared tribute; such as heroes seek, Though oft in vain – for dazzling deeds of slaughter, Sleep on! Not honoured less for Epitaph so meek!”

Zijn vriend Shelley (1792-1822) had zich in Pisa gevestigd. Hij verdronk op zee met een vriend. Ook hij ligt hier begraven maar dan in het andere deel van de begraafplaats. Dit deel ligt parallel aan de stadsmuur en loopt op naar de muur toe. Dat zorgt ervoor dat je een heel goed beeld krijgt van alle grafmonumenten. Shelley ligt vrij dicht bij het oude deel van de begraafplaats helemaal tegen de muur aan. Dit deel van de begraafplaats is bijna rechthoekig; op het breedste deel zijn er 18 rijen graven. Langs de ommuring aan de straat, zijn graven in de muur en tussen het groen geplaatst. Op het uiterste westelijk deel staat een kapel. 

Bij binnenkomst hebben wij gemeld dat wij Nederlanders waren. Verheugd meldde de vrijwilliger dat we dan zeker het graf van Pier Pander (1864-1919) wilden bezoeken. Ken je dat gevoel dat je je schaamt omdat een buitenlander een landgenoot beter kent dan jij? Dat overviel ons daar. We hadden nog nooit van hem gehoord. Dus wat doe je: je gaat op zoek naar zijn graf. Een eenvoudig graf met zijn naam, geboorte- en sterftedatum. Pier Pander was een Nederlandse beeldhouwer en ontwerper van medailles. In 1885 won hij de Prix de Rome voor beeldhouwen, maar in dezelfde tijd maakte een ernstige ziekte hem invalide. Pander verhuisde in 1893 naar Rome, waar hij een atelier opzette. Hij reisde regelmatig naar Nederland, waar hij vooral bekend werd nadat hij in 1898 de munt met de beeltenis van koningin Wilhelmina had ontworpen. Hij stierf in Rome aan tbc. Zijn nalatenschap ging naar de gemeente Leeuwarden. Hij had een tempel voor Leeuwarden (nu Pier Pander tempel) ontworpen dat na zijn dood werd gerealiseerd. Dat is nu onderdeel van het nabij gevestigde Pier Pander museum. Wij weten wat wij gaan bezoeken de volgende keer dat wij naar Leeuwarden gaan. 

Er zijn niet veel graven van Nederlanders hier, maar wel van heel veel andere landen. Er is een nationaal graf voor de Denen, de Duitsers, de Zweden en de Grieken. Er is een aantal algemene Russische graven. Je kijkt je ogen uit, er is heel veel bijzonder beeldhouwwerk. Niet vreemd omdat hier veel kunstenaars en schrijvers/dichters zijn begraven. Het graf van de op 21-jarige leeftijd overleden Devereux Plantagenet Cockburn (1829-1850), een Schotse soldaat, waar hij levensgroot op een sarcofaag ligt met zijn hond en een boek, kan je niet ontgaan. Dat geldt ook voor het beeld van een jongen in korte broek op een stuk steen. Georges Volkoff kijkt over zijn schouder, met een boek losjes in de handen op schoot, over de hele lengte van de begraafplaats. 

Graf op Cimeterio Acattolico
Graf op Cimeterio Acattolico

Wat we volgens de vrijwilligers ook moeten bekijken is het graf van de zoon van Johan Wolfgang (von) Goethe. De schrijver vertrok in 1786 naar Italië om de werkdruk te ontlopen. Het verhaal gaat dat hij zich verveelde in Rome en er maar heel kort verbleef. Zijn zoon Julius August Walter von Goethe was de enige van de vijf kinderen van Goethe die ouder werd dan enkele dagen. In april 1830 vertrok hij met zijn vader naar Italië. Hij bezocht vele belangrijke steden in Europa. In Rome werd hij ziek, hij overleed kort daarna aan pokken Hij werd door de Duitstalige gemeenschap hier begraven. Op zijn grafsteen staat te lezen: GOETHE FILIVS / PATRI / ANTEVERTENS / OBIIT / ANNOR[VM] XL / MDCCCXXX (Goethe junior overleed - zijn vader voorafgaand - in zijn veertigste levensjaar in 1830).

Je zou hier de hele dag kunnen dwalen. Je ziet opvallende beelden die het verdriet van de nabestaanden vormgeven en knielende priesters bij een kruis. Er zijn ook eenvoudige graven waar de tekst meer indruk maakt. Bijvoorbeeld met het graf van Emily Elizabeth met de tekst: “the wife of William Bradley esq. of Syndey Australia. Who died at Rome after a long and painful illness on the 22nd of April 1847 in the 37th year of her age”. Zo ver van huis en zo akelig aan je einde komen. Zoveel levens, zoveel verhalen. 

We willen nog bij één bijzonder monument in Rome stil staan. Dit is mede beïnvloed door ons laatste verhaal, die over de zusters Dominicanessen van Voorschoten van de Congregatie van de Heilige Catharina van Siena. Zij was in Siena geboren in 1347 maar stierf in Rome in 1380. Zowel Jan als ik hebben diverse werkzaamheden verricht voor de Congregatie en hebben hierover geschreven in ons laatste verhaal,  en het leek ons zeer gepast om naar de plaats te gaan waar zij wordt vereerd. Het graf van de heilige Catharina van Siena bevindt zich onder het hoofdaltaar van de Basilica Santa Maria sopra Minerva. Het is moeilijk erg enthousiast te worden over de voorgevel van de kerk. Het is een strakke renaissancegevel in zachtroze met drie deuren en drie ronde ramen. Je kunt niet bevroeden dat achter deze harde gevel de enige gotische kerk van Rome schuilgaat. De kerk heeft een breed middenschip dat met kolommen is afgescheiden van de smallere zijschepen. Het meest opvallende aan de kerk is het plafond. Het bestaat uit kruisgewelven uit het midden van de 15e eeuw. In de 19e eeuw is het beschilderd in hemelsblauw met gouden sterrenhemel.  

Wie was deze Catharina en waarom willen zij haar eren? Deze mystica leefde van 1347 tot 1380 en was lid van de zgn. mantellate, lekenorde van de dominicanen. Zij werd geboren als dochter van een lakenverver en was het vijfentwintigste kind in zijn gezin. Catharina werd geboren in 1347 in Siena (Italië). Op zeer jonge leeftijd kreeg Catharina al visioenen. Zij beloofde maagd te blijven en God te dienen. Toen zij 16 jaar was, koos zij voor een teruggetrokken leven van gebed en boetedoening. De cel die zij toen bewoonde in haar ouderlijk huis in Siena is nog altijd te bezoeken. Rond 1365 ontving zij het dominicaanse habijt. Ze was 23 jaar oud toen ze haar fysieke cel verliet, maar haar innerlijke cel verliet ze nooit. Ze wijdde zich aan het voeden van de armen en de verpleging van zieken en zondigen wees zij de goede weg. Catharina bleek niet alleen wilskrachtig, maar ook charismatisch te zijn. Er ontstond een netwerk van aanhangers, mannen en vrouwen uit alle lagen van de bevolking. Zij werd een invloedrijke vrouw in Siena en ook daarbuiten.

Aanvankelijk werd ze gezien als visionair en wonderdoener. Later werd zij ook om raad gevraagd bij bestuurlijke aangelegenheden. Zij zette zich publiekelijk in voor vrede tussen Italiaanse stadsstaten, ze pleitte voor morele hervorming van kerk en staat en bewoog de paus uit Avignon naar Rome terug te keren. In 1377 stichtte zij een vrouwengemeenschap. Ze stierf in 1380 in Rome. Ze liet honderden brieven na naast haar boek: ‘De Dialoog van de Goddelijke Voorzienigheid.’ Uit dat boek blijkt haar passie voor de waarheid en haar compassie met de mensheid. Ze werd in 1461 heilig verklaard. In 1970 werd ze verheven tot kerklerares en in 1999 werd ze samen met Birgitta van Zweden en Edith Stein uitgeroepen tot patrones van Europa. 

Crypte van Catharina van Siena
Crypte van Catharina van Siena

Het grafmonument van Catharina is uit 1430 en wordt toegeschreven aan de kunstenaar Isaia da Pisa. Het is een bijzonder monument. Het witmarmeren beeld van Catharina is levensgroot. Zij ligt in een glazen doos dat onder het altaar is geplaatst. Voor het glas staat een soort colonnade met bogen in goud dat op het altaar wordt doorgezet in een omranding met grote vaasachtige objecten. Het altaar staat op een verhoging, een aantal treden hoger dan het schip. Aan de achterzijde van het altaar staat een tafel met briefjes en een pen. Hier kan men een boodschap schrijven om aan Catharina mee te geven. Je kunt de deur van het grafmonument openen en bukkend naar binnengaan om het briefje op het beeld te leggen. Als wij daar zijn, zien wij een dominicanes net naar binnen gaan en een medezuster haar aan de andere zijde op de foto zetten. Het lichaam van Catharina ligt in deze schrijn maar haar hoofd wordt bewaard achter een gouden tralies in een is van de St-Dominicus basiliek in Siena. 

Zo begon onze tocht naar de verhalen van de onzichtbare stad bij de zichtbare botten van de monniken en eindigen we bij de niet zichtbare botten van deze bijzondere heilige. Deze zoektocht leverde ons weer nieuwe verhalen op over de met historie overladen stad Rome. 

2025

Deel dit artikel