Waar zijn de zusters gebleven?
Oosterhout en Voorschoten

Waar zijn de zusters gebleven?



Het is nauwelijks meer voor te stellen dat er in Nederland religieuzen zichtbaar waren in het dagelijkse leven. Het maakte natuurlijk wel uit waar je in het land was, omdat er ook streken waren met weinig tot geen katholieken. Maar het is eigenlijk niet eens zo lang geleden dat het nog vanzelfsprekend was. Mijn moeder is bij de nonnen op school geweest in Apeldoorn en Jan zat op een middelbare school in Raalte met een pater-rector en nog twee paters als onderwijzer. Nu komen kloosters en kloosterlingen de laatste jaren alleen maar in het nieuws in relatie tot misbruik van kinderen. Er valt meer te vertellen. Wat wij willen weten is: waar zijn de zusters gebleven? Men schat in dat er tussen de drie à vijf kloosters per jaar sluiten (naast de 50 en 100 kerken). Dit is een gevolg van de afname van religieuze betrokkenheid in de samenleving, de vergrijzing en de hoge kosten om de kloostercomplexen te onderhouden. Er zijn talrijke voorbeelden in binnen- en buitenland van kloosters die zijn getransformeerd nadat de religieuzen ze hebben verlaten. Interessant is het te weten dat er ook nog religieuzen in hun kloosters blijven, al zijn dat er niet veel.

Laten we beginnen door eerst iets te vertellen over kerken en kloosters. De bouw van kerken nam toe naarmate het christendom zich verspreidde door Europa. Dit proces begon al in de vroege middeleeuwen, met missionarissen zoals Willibrord (7e eeuw) en Bonifatius (8eeeuw), die het christendom in de Lage Landen introduceerden. In de middeleeuwen werden in Nederland honderden kerken gesticht, met name tussen de 10e en 15e eeuw. De kerk speelde een centrale rol in het dagelijks leven en vrijwel elk dorp of stad had een kerk. De kerken kwamen tot stand door zowel de lokale adel als door kloosterorden zoals de Benedictijnen en Norbertijnen.

Met de spreiding van het christendom nam ook het aantal kloosters toe. Kloosters op het platteland groeiden uit tot zelfvoorzienende dorpen met een eigen boerderij, bakkerij, kleermakerij en ontwikkelden zich soms tot omvangrijke abdijen met veel grondgebied. Goed om even het verschil uit te leggen tussen kloosters en abdijen. Een klooster is een algemeen begrip voor een gebouw of een complex waar monniken (mannen) of nonnen (vrouwen) wonen om zich aan een religieus leven te wijden. Het hoofd van een klooster wordt meestal een prior/priorin (voor een priorij) of moeder-overste (of algemeen overste) genoemd, afhankelijk van de orde en het type gemeenschap. Niet alle kloosters zijn zelfstandig; sommige vallen onder het gezag van een grotere instelling. Een abdij is een specifieke vorm van een klooster dat volledig zelfstandig is en geleid wordt door een abt (voor mannen) of een abdis (voor vrouwen). Abdijen waren vaak grote landbezitters en speelden een belangrijke rol in de lokale economie. Ze waren ook centra van onderwijs, kunst en wetenschap. De abt of abdis heeft uitgebreide autoriteit, zowel religieus als administratief, en vertegenwoordigt de abdij ook naar de buitenwereld. Alle abdijen zijn kloosters, maar niet alle kloosters zijn abdijen. Er is ook nog een onderscheid tussen een kloosterorde en een congregatie. Congregaties zijn in de regel na 1550 gesticht. De kloosterlingen in een orde hebben een plechtige kloostergelofte afgelegd, behouden na intreden geen persoonlijke bezittingen en staan onder direct gezag van de paus. Religieuzen in een congregatie leggen een eenvoudige gelofte af.

Kapel Huize Bijdorp
Kapel Huize Bijdorp

Kloosterlingen wijden hun leven aan God en de godsdienst. Dat doen zij door in stilte, rust en bezinning te leven in een gemeenschap. Ze wonen apart, afgesloten van de buitenwereld. De religieuzen wonen in contemplatieve gemeenschappen, hetgeen betekent dat men een beschouwend leven leidt onder de regels van een kloosterorde. In de 19<sup>e</sup> eeuw zijn er veel apostolische congregaties opgericht. De religieuzen van deze congregaties blijven niet achter de muren maar hebben een actieve inzet in de maatschappij door het apostolaat, hun activiteiten. Zij werken dus ook buitenshuis. De kloosterlingen zijn vervolgens onderling verbonden door een kloosterregel die eigen is aan de orde. Die regels gaan over aspecten van het dagelijks kloosterleven en de spirituele beoefening van de godsdienst. Ze roepen in het algemeen op tot een gehoorzaam, kuis en arm leven dat gericht is op God. Er zijn daarnaast regels van de congregatie over vaste gebedstijden, dagorde, maaltijden en de weg die iemand aflegt van roeping tot professie. De basis van de regels is gelegd door heiligen zoals Augustinus (354-430), Benedictus (480-547), Franciscus (1181-1226) en Dominicus (1170-1221). De kloosterorde wordt genoemd naar de regels van de heilige die zij volgen. De grootste groepen zijn augustijnen (en norbertijnen), benedictijnen (en trappisten), later gevolgd door de franciscanen (en clarissen) en dominicanen. De laatste twee zijn zogenaamde bedelordes en waren veelal in de stad gevestigd omdat zij geen (land)bezit kenden en leefden van giften en kleine vergoedingen. Zo is er is een &lsquo;woud&rsquo; aan verschillende kloosterorden en congregaties ontstaan. 2021 werd door de provincie uitgeroepen tot het Brabants kloosterjaar. In het boek dat voor deze gelegenheid is uitgegeven (Bindboek Ons Kloosterpad) wordt gemeld dat zij een poging hebben gedaan om zoveel mogelijk kloosters en congregaties in beeld te brengen. Zo eenvoudig is dat blijkbaar niet.

Kloosterkaart
Kloosterkaart

Al in de middeleeuwen ontstaat een groeiende groep kloosterlingen die zich afzet tegen de rijkdom van de plattelandsabdijen. Zij vormen bedelordes en kiezen voor een sober bestaan in de stad. Het eerste stadsklooster wordt door franciscanen in &rsquo;s-Hertogenbosch gesticht in 1228. Veel kloosters werden gesticht in de relatief arme gebieden zoals in het noorden van het land, Friesland en Groningen. Met de opkomst van steden in het land, vestigen zich daar ook veel kloosterlingen omdat de armoede tot schrijnende situaties leidt. Er is een mooie interactieve kloosterkaart beschikbaar die door Koen Goudriaan van de Vrije Universiteit is gemaakt. Er waren ooit 700 kloosters in Nederland; in 1600 waren er nog maar 75 over. Het oudste nog bestaande klooster in Nederland is Sint-Agatha (tevens archief voor kloosters). De kaart biedt de mogelijkheid om tussen de jaren 700 en 1800 te zien waar de kloosters waren gelegen. Door middel van verschillende kleuren en symbolen zijn de verschillende ordes te herkennen.

In de 16e eeuw vindt de Reformatie plaats en worden kloostergemeenschappen verboden. Op een aantal plaatsen in het land waren er katholieke vrij-staatjes: enclaves die niet onder het protestantse bewind vallen (zoals Gemert, Ravenstein, Megen en Uden). Goudriaan: "Prinsen Maurits en Frederik Hendrik waren erg protestants, maar wilden ook een goede landheer zijn voor het volk en lieten kloosters soms toch toe. Zo overleefden de Kruisheren van Sint Agatha in Cuijk, omdat de Oranjes hun de hand boven het hoofd hielden". Op de interactieve kloosterkaarten is de invloed van de Reformatie erg goed zichtbaar.

Pas vanaf 1840 wordt het kloosterleven weer toegestaan door het opheffen van het kloosterbesluit door koning Willem II. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 worden katholieken weer zichtbaar in de samenleving en worden eigen kerken gebouwd. Het aantal kloosterlingen groeit exponentieel. Ze verbouwen het land, zorgen voor zieken, ouderen, weduwen en wezen, leren kinderen en ouderen lezen en schrijven en bidden dagelijks meerdere keren. De 19e eeuw kent een nieuwe bloeiperiode van het kloosterleven dat tot ongeveer 1960 zal duren. De roerige jaren &lsquo;60 zorgen voor een enorme verandering in de kloosters. Het was de tijd van een culturele omwenteling in de samenleving: in gezinnen, politiek, universiteiten en de kerk. Jongeren nemen het voortouw en ontketenen een protestbeweging, ouderen boeten in op hun gezag en er is ook een seksuele revolutie gaande. Bij religieuzen begint het tussen 1961 en 1964 met meer vrijheid, minder regels en een opening naar verdieping van een meer persoonlijke geloofsbeleving. Om aan het einde van de 60-er jaren te eindigen in verwarring en voor een aantal religieuzen in een geloofs- en identiteitscrisis. Het boek ‘Vrijheid & Verwarring’ uit 2022 van de gelijknamig tentoonstelling in museum Krona in Uden, geeft een goed beeld van wat er toen speelde. Steeds meer religieuzen verlaten het klooster en de nieuwe aanwas droogt op. Een ontwikkeling die tot in de 21e eeuw doorzet.

Wijngaard Sint-Catharinadal Oosterhout
Wijngaard Sint-Catharinadal Oosterhout

Wat wekte onze verbazing: in september 2020 stond (nota bene via social media een klooster in het middelpunt van de belangstelling met de vraag om te helpen bij de afzet van wijn. Het norbertinessenklooster Sint-Catharinadal in Oosterhout maakt sinds 2018 wijn. De eerste oogst leverde 11.000 flessen op. De oogst van het tweede jaar schoot door het dak met 55.000 flessen. Door de coronacrisis was de afzet voor hun wijn verdwenen en had men 20.000 flessen over. Met hulp van het platform Breda Maakt Mij Blij en de plaatsing van de vraag op social media werden de resterende flessen razendsnel verkocht. Weinig mensen vroegen zich af waarom de zusters wijn verbouwden. Dat was en is niet zo gebruikelijk in Nederland, laat staan door religieuzen. Het heeft allemaal te maken met de keuze van de zusters om op zoek te gaan naar nieuwe middelen van bestaan om het religieus en cultureel erfgoed van Sint-Catharinadal te behouden en te vitaliseren.

De gemeenschap van norbertinessen in Sint-Catharinadal bestaat sinds de 13e eeuw. De Norbertijnenorde werd gesticht door Norbertus die rond 1080 in Gennep bij Nijmegen is geboren. Hij kwam uit een adellijke en vermogende familie, maar hij deed afstand van zijn bezittingen en trok erop uit om het christelijke geloof te verkondigen. Hij deed dit volgens de leer van Augustinus. Tijdens zijn pelgrimage door Europa kwam hij in Noord-Frankrijk waar de bisschop hem een stuk grond schonk nabij Prémontré Hier stichtte hij een klooster en in 1121 ontstond de Orde van Prémontré. In de loop van de 12e eeuw had de orde bijna vijfhonderd kloosters, waarvan vijftig in het huidige Nederland en België. De kloosters werden vaak gesticht door lokale landheren en machthebbers die de kloosters gebruikten om hun macht en rijkdom te vergroten.

Het norbertinessenklooster Sint-Catharinadal werd rond 1270 gesticht in het gehucht Vroenhout bij Wouw in West-Brabant. Op 6 juli namen de heer en vrouwe van Breda, Arnold van Leuven en zijn echtgenote Elisabeth, het klooster onder hun bescherming en verplichtten hun erfgenamen dat ook te doen. In 1288 overstroomde West-Brabant en kregen de zusters toestemming naar Breda te verhuizen. Vanuit een tijdelijk onderkomen bouwden zij aan hun nieuwe klooster net buiten de stadsmuur (nu bekend als Kloosterkazerne). Het complex kwam in 1308 gereed.

Er leefden ongeveer twintig zusters in het klooster. Ze kwamen uit 'gegoede' stand en zij brachten een bruidsschat mee bij hun intreding die genoeg was voor hun levensonderhoud gedurende het leven in het klooster. In 1461 werd er een ingrijpende kloosterhervorming ingezet door de heer van Breda met goedkeuring van de paus. De zusters moesten zich strikt aan de regels houden en binnen de kloostermuren blijven. Ze werden onderworpen aan een leven in stilzwijgen (silentium) en leefden als 'slotzusters'. De uitbreiding van de stad buiten haar muren en de Reformatie brachten het klooster tot het punt dat er in 1621 nog maar één zuster over was. Het klooster mocht van prins Frederik Hendrik van Oranje blijven bestaan als ze vrijwillig zouden vertrekken naar een andere plek in de ‘Baronie van Breda’. De proost vond een kasteel met slotgracht en omliggende landerijen met de naam 'de Blauwe Camer' in Oosterhout, destijds een klein dorp. Het kasteel had zijn naam te danken aan de blauwe muur in de kamer links van de slottoren. In 1647 vertrokken de zusters naar hun nieuwe locatie.

Oude kaart Sint-Catharinadal
Oude kaart Sint-Catharinadal

De zusters zorgden voor de bouw van twee nieuwe kloostervleugels als woongelegenheid voor henzelf. Vanwege het protestantse bestuur mocht er geen kapel worden gebouwd, dus kerkten de zusters in een brede kloostergang. De landerijen maakten het mogelijk om zelfvoorzienend te leven met boerderij, groente- en kruidentuin. Tijdens de Franse overheersing (1795-1810) werden kerk en staat gescheiden. Dat betekende dat de meeste kloosters moesten sluiten. Sint-Catharinadal ontsnapte aan deze maatregel door gebruik te maken van de bepaling dat vrouwenkloosters die zich actief wijden aan zorg voor zieken, hulpbehoevenden daklozen en wezen mochten blijven bestaan. Er werd een school opgericht voor onderwijs aan arme meisjes; de zusters gaven les vanachter tralies. In 1811 was er toestemming gegeven voor het bouwen van de eerste kerk. De school werd in 1852 gesloten omdat deze niet meer noodzakelijk was voor hun voortbestaan.

Oosterhout
Oosterhout

Door de vrijheid van godsdienst kwam tweede helft 19e eeuw het katholieke leven in het zuiden van Nederland tot grote bloei. bouwde een nieuwe, veel grotere kerk in neogotische stijl. De oude kerk werd verbouwd tot kapittelzaal (vergaderzaal) en conventzaal (recreatiezaal en huiskamer). Van 1910 tot 1930 groeide het aantal zusters tot 60. Dat leidde tot nieuwbouw en verbouwingen van 1924 tot 1930. Zo ontstond een gesloten kloosterhof op het terrein. In die bloeitijd vestigden zich twee nieuwe kloosters uit Frankrijk zich in Oosterhout: in 1901 de n en in 1907 de . Dit leidde tot de naam 'de heilige driehoek'. De Sint-Paulusabdij sloot in 2006 de deuren en is nu eigendom van 'Chemin Neuf', een apostolische geloofsgemeenschap op algemeen christelijke grondslag.

Door de Tweede Vaticaanse Concilie koos Sint-Catharinadal om de clausuur (uitsluitend achter de muren) en de zwijgplicht op te heffen en de tralies te verwijderen. Ook andere regels werden versoepeld; zo werd de dienst in het Nederlands gehouden en niet meer in het Latijn. Naast het leven van bidden en zingen zijn de zusters meer tijd gaan besteden aan betaalde arbeid om aan inkomsten te komen. De bruidsschatten waren niet meer voldoende om het levensonderhoud te bekostigen. De zusters startten een boekbinderij, vooral voor de restauratie van antieke boeken en bijbels. Zij gingen daarvoor bij het restauratieatelier van de Beierse Staatsbibliotheek in München in de leer. Als gevolg van de schade aan kerken en bibliotheken in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, stroomden de opdrachten binnen. Het kunstatelier had drie afdelingen: conservering van antieke boeken, kalligrafisch werk en leerbewerking.

Sint-Catharindal Oosterhout
Sint-Catharindal Oosterhout

Van 1955 tot 1964 werd het klooster, mede dankzij subsidies, gerestaureerd. Veel stucwerk werd verwijderd waardoor de periodeverschillen van de gebouwen beter leesbaar werden. De tweede kerk bleek veel bouwkundige gebreken te vertonen. In 1966 werd de nieuwe (derde) kerk in gebruik genomen. Deze was gebouwd met gebruikmaking van zoveel mogelijk materiaal van de oude kerk. Het ontwerp van de kerk sloot aan bij de bestaande gebouwen. Verder paste het qua indeling en uitstraling bij de tijdsgeest en nodigde uit tot meer contact met de buitenwereld. Het kunstatelier restaureerde ook de eigen bibliotheek. Dit leidde vervolgens tot de bouw van een archief in 1978 en van een bibliotheek met lees- en studieruimten in 1989. In 1971 kreeg het klooster de status van Rijksmonument.

Overal in Nederland daalde het aantal religieuzen in kloosters en zo ook in Sint-Catharinadal. Gemiddeld waren er in de 20e eeuw 20 tot 25 zusters, maar na 1965 zijn er veel minder zusters door natuurlijk verloop en minder intredingen. Dat zorgde er ook voor dat het kunstatelier in 2010 moest sluiten en er buiten de AOW van de zusters geen inkomsten meer waren. In 2014 heeft de congregatie een toekomstplan opgesteld. De volgende uitgangspunten zijn toen geformuleerd: geen verstoring van het kloosterleven van stilte en gebed, de gronden en de gebouwen blijven in eigendom van Sint-Catharinadal en nieuwe activiteiten moeten passen bij het historische karakter en gebaseerd zijn op het principe van 'maatschappelijk verantwoord ondernemen'. Op hun website noemen zij zich huis van licht, gastvrijheid en cultuur en hebben ze gastenverblijven.

Zo ontstond het idee van een wijngaard, dat overigens mooi aansloot bij het evangelie volgens Johannes "ik ben de wijnstok en gij de ranken". Er is een Stichting Sint-Catharinadomein opgericht zodat de nieuwe activiteiten het voortbestaan van de gemeenschap niet in gevaar zou brengen. Voor de financiering van de wijngaard, het wijnhuis en de winkel is een lening gesloten bij de Provincie Noord-Brabant (via de zogenaamde Erfgoedfabriek). De wijngaard van 7,5 hectare werd in het voorjaar van 2015 aangelegd, deels binnen de kloostermuren en deels direct aangrenzend. Daarmee was het direct een van de grootste wijngaarden in Nederland. Er is gekozen voor druivenrassen die geschikt zijn voor noordelijke streken: Chardonnay, Gamay, Pinot Blanc, Pinot Gris en Pinot Noir. Een wijngaard brengt veel werk met zich mee. De zusters nemen hun verantwoordelijkheid en de lokale sociale werkvoorziening draagt een steentje bij.

De wijnen en informatie over hun erfgoed zijn te vinden in de winkel van Sint-Catharinadal en in het restaurant Wijnhuis de Blauwe Camer in de voormalige koeienstal). Daarnaast neemt Sint-Catharinadal deel aan de h3h biënnale. Stichting Kunst in de Heilige Driehoek is in 2015 opgericht vanuit Stichting De Heilige Driehoek. Deze laatste stichting zet zich in om het gebied met zijn bijzondere karakter van dit gebied te bewaren, maar ook te versterken en toekomst te geven. De h3h biënnale vormt een inspirerend podium voor hedendaagse kunstenaars. Het heeft tot doel bij te dragen aan de bekendheid en het behoud van de Heilige Driehoek.

In 2025 wordt de h3h biënnale gehouden van 21 juni t/m 3 augustus. De curator van deze bi&euml;nnale is Nanda Janssen; dit vertelt zij over deze kunstmanifestatie:

"Dit stukje aarde in Oosterhout is geladen met betekenis. Bovendien schuilen er drie religieuze gemeenschappen achter, die niet alleen zorg dragen voor het unieke landschappelijke en met prachtige gebouwen bezaaide erfgoed van De Heilige Driehoek maar het ook bezielen. De religieuze context biedt een enorme meerwaarde. De drie kloostergemeenschappen en de waarden die zij vertegenwoordigen bieden onuitputtelijke aanknopingspunten voor een kunstmanifestatie. Zowel kunst als religie proberen betekenis te geven aan onze plek onder de zon, aan wat het is om mens te zijn. Beiden staan stil bij het leven en geven daar richting en verdieping aan. Mijn intentie is om dat te verbinden met de verwarrende tijden waarin we momenteel leven en waar mogelijk idee&euml;n aan te reiken".

Er zijn nog meer zusters met een opmerkelijk verhaal over hoe zij met hun toekomst en hun erfgoed omgaan. Bij een van die kloosters heb ik zelf een rol mogen vervullen en het is een van de mooiste projecten waar ik ooit aan heb mogen werken. Het betreft de Congregatie van de Heilige Catharina van Siena, Zusters Dominicanessen van Voorschoten op Huize Bijdorp. Een hele mond vol. Dit is een veel jongere apostolische congregatie en daarmee heel anders dan het klooster Sint-Catharinadal. Maar ook deze congregatie kan vanwege de vergrijzing het financieel niet meer bolwerken en hebben een nieuw pad voor hun toekomst ingeslagen.

Deze congregatie dankt haar bestaan aan de zusters Lucia en Elisabeth Pinkers uit Rotterdam. Lucia van 1808 is geboren in Maastricht en haar zusje Elisabeth in 1812 in Luik. In 1814 vertrekt het katholieke koopmansgezin Pinkers naar Rotterdam. In de beslotenheid van het katholieke gezin leren de zusters Pinkers van hun ouders godsdienst, lezen, schrijven en vooral handwerken. Zij hebben oog en hart voor de armoede en ongelijkheid in de samenleving en ze willen daar wat aan doen. In Nederland is er geen moederhuis om in te treden als gevolg van de Franse overheersing. In 1835 besluiten zij &lsquo;voor zichzelf te beginnen&rsquo; in twee gehuurde kamers boven een bakker in de Keizerstraat in Rotterdam. De ouders van Lucia en Elisabeth zorgen voor hun levensonderhoud en ze slapen 's nachts thuis. Ze geven vijftien kinderen handwerk- en tegelijk godsdienstles met vijftien stoelen en stoven, vijftien naaikistjes en een lamp. Daarnaast verzorgen ze zieken in de omgeving. In 1836 benoemt pater Raken Lucia en Elisabeth in als tertiarissen (zusters van de Derde Orde) van St. Dominicus.

Wegens ruimtegebrek verhuisden de zusters in 1839 naar de ouderlijke woning nabij de markt. De bovenwoning wordt als naaikamer en bidkapel gebruikt. Met vier zusters vangen zij 50 kinderen op. Pater Raken heeft vanuit zijn functie als president van het Armen- en Weezenbestuur van de Steigerse Kerk in Rotterdam de schatrijke mevrouw Louise Harings (later mevrouw Gitte) weten te bewegen tot aankoop en schenking van een huis aan de zusters. Op 24 mei 1841 wordt het huis ingezegend en aan de Heilige Catharina van Senen toegewijd. De bisschoppelijke hiërarchie(1853) was in Nederland nog niet hersteld en de zusters stonden onder de onmiddellijke leiding van het bestuur van de 'Provinciaal der Predikheerenorde', oftewel Dominicanen. In 1876 biedt Lucia Kervel, weduwe van de heer mr. Johannes Fredericus Farensbach een schatrijke tabaksteler op Java, de congregatie haar villa te koop aan: Huize Bijdorp. Haar man was een overtuigd katholiek en overleed in de bedevaartplaats Lourdes. De weduwe verbond twee voorwaarden aan de verkoop. Het instituut moest 'Onze Lieve Vrouwe van Lourdes' genoemd worden en de woonkamer in het landhuis moest ongewijzigd gehandhaafd blijven.

Huize Bijdorp op oude kaart
Huize Bijdorp op oude kaart

De geschiedenis van het landgoed voert terug tot in de middeleeuwen. In het landerijenboek van het Leidse weeshuis is een kaart aanwezig van het terrein waarop het landgoed Bijdorp staat afgebeeld, opgemeten in 1622. Het langgerekte terrein heeft dan al zijn huidige vorm, begrensd door de Heerweg (Veurseweg) en de Vliet. Het voorste deel van het terrein is bouwland, het achterste deel is weiland. Het erf van de boerderij lag op de grens van het bouw- en weiland, vermoedelijk op een zandrug. De poort die nog altijd aan de Veurseweg staat, wordt gedateerd tussen 1697 en 1700. Dit is gebaseerd op de wapenschilden (vazen) en monogrammen (hekken) van Johan de Bije en zijn echtgenote. In het hekwerk van de poort zijn de ineengevlochten de letters J.B. en A.O. te herkennen. Na nog wat wisselingen van eigenaren, kocht de Johannes Farensbach Huize Bijdorp.

Het is niet duidelijk welke werkzaamheden aan het landhuis zijn verricht door de zusters bij de herinrichting van het landhuis tot klooster in 1876. Uit de kronieken (dagboeken van de congregatie) blijkt dat in eerste instantie alleen de voornaamste vertrekken werden ingericht tot klooster, school en pensionaat. De zusters namen op die wijze een bescheiden plek in het gebouw in. De bestaande woonkamer van Johannes Fahrensbach bleef volgens afspraak ongewijzigd. Op Huize Bijdorp wijdden de zusters zich in het begin vooral aan wijkverpleging en onderwijs in naaien. In april 1888 wordt Huize Bijdorp het moederhuis van de Congregatie. Het noviciaat (waar de novicen, nieuw ingetredenen, verblijven) en het bestuur verhuizen naar Voorschoten. Sindsdien zijn alle zusters ingetreden op Huize Bijdorp; het zijn er in totaal 1395. In 1938 telde de congregatie 864 zusters, het hoogste aantal dat ooit is bereikt. De zusters zijn allen terug te vinden op het monument voor de ingetreden zusters in de hal van Huize Bijdorp. Zij hebben een eigen begraafplaats op de buitenplaats.

Voorschoten
Voorschoten

De congregatie groeide en dat resulteerde in meerdere kloosters en scholen in het land en in de Nederlandse Antillen; in totaal 38 stichtingen. Ook zorgde het voor allerlei bouwactiviteiten op het terrein van Huize Bijdorp, onder andere een kapel (1894-1895) en een nieuw wasserijgebouw (1925). De bestaande opstallen op het landgoed, zoals boerderij, koestal, bakkerij en oranjerie en de boomgaard en moestuin werden goed gebruikt voor deze zelfvoorzienende gemeenschap. In januari 1937 presenteerde de algemeen overste de plannen voor een uitbreiding ten behoeve van de MMS (middelbare meisjesschool), bestaande uit een gymnastieklokaal annex toneelzaal, waarboven 'chambrettes' (afgesloten deel in slaapzaal) voor internen en een refter (eetzaal). Het bestaande pensionaatsgebouw met onderwijslokalen op de begane grond en de slaapzaal op de verdieping werd geheel gemoderniseerd.

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog betekende voor Huize Bijdorp inkwartiering van 350 soldaten van het Nederlandse leger. De Duitsers kozen hierna het nieuwe pensionaat als domicilie, omdat het een tamelijk zelfstandig functionerend deel van het gebouw was. De nacht van 22 op 23 juli 1942 bracht nog meer onheil in de vorm van een uitslaande brand in het nieuwe pensionaat, veroorzaakt door een Duitse soldaat die in bed had liggen roken. Uit verslagen bleek dat het 19e-eeuwse pensionaat niet geheel kon worden behouden. In 1943 moesten de zusters het klooster verlaten omdat het toen geheel gevorderd werd voor inkwartiering van ongeveer 500 man. Op 1 april 1945 werd Huize Bijdorp vrijgeven. Het klooster was niet alleen deels uitgebrand, maar ook uitgewoond en sterk vervuild. Het complex moest worden opgeknapt en het nieuwe pensionaat werd in 1946- 1948 herbouwd.

De jaren '60 laten ook op Huize Bijdorp hun sporen na. Het habijt werd aangepast tot een model net onder de knieën en later zelfs alleen gebruikt tijdens bijzondere bijeenkomsten. Het onderwijsstelstel werd aangepast en veel scholen werden samengevoegd. In 1972 sloot de MMS de deur. Dat was aanleiding voor een verbouwing van het nieuwe pensionaat naar individuele kamers voor de zusters. Het oude pensionaat bleef nog tot 1984 in gebruik als een nevenvestiging van het St. Lucas-college. Nadien kwam het gebouw leeg te staan. Het noviciaat werd in de periode 1973-1975 herbestemd tot kloosterbejaardenoord 'Oud Bijdorp'.

In maart 2018 organiseerde het Congregatiebestuur een studiedag. Dit leidde tot een religieus kompas voor de toekomst van Huize Bijdorp. De congregatie zou worden voltooid, oftewel ze namen geen nieuwe zusters aan, en ze zouden Huize Bijdorp niet verlaten. Wel wilden ze zorgdragen voor hun religieus en cultureel erfgoed en waren kostendragers nodig om dit mogelijk te maken. Ze gingen met de gemeente aan tafel. Aanvankelijk liep dat niet soepel omdat de gemeente voornemens was Huize Bijdorp de status van gemeentelijk monument toe te kennen en alles wat nu groen was, groen moest blijven. Dat bood de congregatie weinig ruimte om hun toekomst veilig te stellen. Er is gekozen om samen met de gemeente te werken aan waar ze elkaar wel in konden vinden. Dat bleken de kernwaarden voor de toekomst van Huize Bijdorp te zijn, de karaktereigenschappen voor het gebied: zingeving, nabij zijn, jong &amp; oud, natuurlijk en geborgenheid.

Alvorens verder een plan te ontwerpen is tuinhistorische en bouwhistorisch onderzoek gedaan. Deze rapporten zijn voor iedereen in te zien op de website van de Erfgoedstichting. Nu lag er een helder fundament voor de keuzes wat behouden moest blijven. Met de gemeente en een groep - bestaande uit huurders, gebruikers, belanghebbenden en belangstellenden &ndash; werd samengewerkt. Dat leidde tot een spelregelkaart waar de hoofdstructuur voor het gebied in is vastgelegd. Voor de ontwikkeling van Huize Bijdorp is vervolgens gezocht naar een ruimtelijk concept passend in de visie van een 'nieuwe community' recht doet aan de culturele historische waarden, en aan de landgoedbiotoop, en aan het Natuur Netwerk Nederland. Er is gekozen voor een 'vernieuwde' buitenplaats, zowel in visie, functie als in vorm. Concentratie van de bebouwing rondom het oude landhuis lag hierbij voor de hand. De vorm van het huidige hoofdgebouw is gespiegeld waardoor er een groot kloosterhof ontstaat met een nieuw aanzicht naar de Vliet. Dit is gerealiseerd door alle aanbouwen die in de 20e eeuw zijn gebouwd (nieuwe pensionaat, bestuursvleugel, Haagdorp) te slopen.

Huidige en toekomstige situatie Huize Bijdorp
Huidige en toekomstige situatie Huize Bijdorp

Al deze zaken werden vastgelegd in het bestemmingsplan. Wat was toch de reden dat de Congregatie het bestemmingsplan onder eigen beheer wilde maken? Veel andere congregaties verkopen hun locatie, gaan zelf elders wonen en laten het aan de markt over wat op die locatie gebeurt. Deze zusters wilden zoveel mogelijk invloed uitoefenen op de toekomst. Omdat het hun nalatenschap is en omdat zij ook nog enige tijd onderdeel van die toekomst uitmaken. Om deze nalatenschap te bewaken is een Erfgoedstichting opgericht die de belangen van de zusters in het vervolgtraject behartigen. Ook zorgt de Erfgoedstichting dat alle bijgebouwen worden gerestaureerd. Let wel, de paus moest wel toestemming geven voor de verkoop (in erfpacht), wat uiteindelijk ook lukte. Via een zorgvuldig biedingstraject is uiteindelijk de keuze gevallen op de investeerder De Vrije Blick. Deze erfpachter heeft 30 jaar het recht om de gronden en gebouwen te houden en gebruiken. Aan het einde van de erfpachtperiode gaat het eigendom pas over.

De eerste bijgebouwen, de moestuinmuren en de hakhoutwallen zijn al gerestaureerd. De zusters hebben hun vertrouwde appartement verlaten om tijdelijk in het noviciaat te wonen, zodat straks met de sloop van enkele gebouwdelen kan worden gestart. In het programma is veel ruimte voor mensen die minder te besteden hebben of zorg behoeven. De gebouwen die worden gerenoveerd bieden straks ruimte aan 50 zorgplaatsen en 8 middeldure appartementen. De nieuwbouw grenzend aan de bestaande bebouwing herbergt straks 113 woningen (appartementen) waarvan 28 voor de zorg, 44 voor de sociale sector en de overige in het middeldure en dure segment. In het parkbos worden 11 koopwoningen gebouwd. Er worden ook woningen in de voormalige wasserij ondergebracht. Binnen de bestaande gebouwen, onder andere in de kapel, is er ruimte voor sociaalmaatschappelijke functies. Het beheer van het terrein wordt verzorgd door de boer die dit al jaren doet in samenwerking met veel vrijwilligers.

Kloosterhof Huize Bijdorp
Kloosterhof Huize Bijdorp

De zusters hopen dat er straks met de nieuwe bewoners op de nieuwe buitenplaats een nieuwe community ontstaat waar men elkaar vindt in de kernwaarden. De zusters hebben ervoor gezorgd dat deze prachtige buitenplaats voor velen een veilige plek mag zijn, waar je jezelf mag zijn, met ruimte voor zingeving en ruimte voor de ander. Ik heb mogen schrijven aan het boekje over de geschiedenis van de Congregatie op Huize Bijdorp dat eind januari 2025 gereed is gekomen. Het park wordt hopelijk in 2026 opengesteld voor bezoekers. Bordjes met QR-codes geven je een inkijkje in de geschiedenis en verwijzen je naar de - nog te realiseren - expositieruimte in het gebouw. Dan zou je zo maar een van de zusters kunnen tegenkomen, want dat is waar zij zijn gebleven.

2025



































































































































































Deel dit artikel