Een betoverend meer
Attersee

Een betoverend meer


Wij zijn geen mensen van bergen en meren. Liever gaan wij naar de kust en naar rivieren, waar er meer beweging is. Toch word je soms verleid om wel naar een meer te gaan. Toen we hoorden van de Sommerfrische aan de Attersee (verkoelende zomerreizen) van Gustav Klimt en Emilie Flöge om aan de hitte van Wenen te ontsnappen, was dat een leuke aanleiding om eens daarheen te gaan.

Je kunt aan de Attersee in Oostenrijk niet om de beroemde schilder Gustav Klimt (1863-1918) heen. Zijn buste staat in Unterach in het zuiden. Er is een Gustav Klimt Themweg. Dat is een wandeling langs de noordelijke oever van het meer voorzien van grote borden met informatie over de schilder. Er was van 2012-2022 een Gustav Klimt Zentrum an Attersee, maar die is gesloten. We stuiten bij ons bezoek op de Emilie Flögeplatz, genoemd naar de muze van Gustav Klimt. Zij was veel meer dan alleen een muze, zij had met haar zusters een eigen modesalon in Wenen. Niet dat je daar veel over terugvindt in Wenen overigens. Interessant om te achterhalen waarom een park naar haar is vernoemd hier aan de Attersee.

Kaart Attersee
Kaart Attersee

Emilie Flöge (1874-1952) was het vierde kind van een fabrikant in meerschuimpijpen in Wenen. Ze had een oudere broer Hermann (1863-1916) en twee oudere zusters, Pauline (1866-1917) en Helene (1871-1936). Pauline was opgeleid als kleermaakster en opende in 1895 een private kleermakersschool. Die positie gaf zij op toen zij in 1904 met haar zusters een modesalon opende aan de Mariahilfer Strasse 1b bij de Wiener Werkstätte (de Weense Art & Craft beweging). De modesalon Schwestern Flöge maakte met de hand mode voor de moderne rijke en vooral joodse vrouwen in Wenen. In de hoogtijdagen werkten er 20 naaisters, daarnaast waren er ook een aantal thuisnaaisters. Helene trouwde op 20-jarige leeftijd met Ernst Klimt (1864-1892), de jongere broer van Gustav Klimt. Zo kwam Emilie Flöge in contact met Gustav Klimt. Ernst was een zeer gewilde kunstenaar tijdens zijn korte leven en schilderde met zijn broer en Franz Matsch. Het driemanschap heeft veel plafonds geschilderd in de historiserende stijl in paleizen en theaters tussen 1882 en 1892. Ernst en Helene krijgen een dochter, Helene ‘Lentschi’ Emilie Klimt (1892-1980). Omdat haar vader binnen een jaar na haar geboorte overlijdt, wordt Gustav haar voogd. Emilie was de ontwerpster en hoofdnaaister van de salon en kocht de stoffen in, vaak in Frankrijk of in Engeland. Eigenlijk is het bedrijf altijd ‘illegaal’ geweest, want om zich te kunnen inschrijven moest een mannelijke directeur worden aangemeld. Maar die was er niet en Emilie weigerde om zo maar iemand die positie te geven.

Het beeld heerste dat er maar weinig bekend was over Emilie Flöge. Door de Anschluss in 1938 moest de modesalon sluiten, alle joodse opdrachtgevers waren gevlucht. Ze ging met nichtje Lentschi verder in een kleine salon in de Ungargasse 38. In 1945 brandden de woning en salon uit en gaat het archief, zowel privé als van het bedrijf, verloren. In 2014 komt het boek uit ‘Auf Freiheit zugeschnitten, Emilie Flöge, Modeschöpferin und Gefährtin Gustav Klimts’ van Marget Greiner. Niet een wetenschappelijk onderbouwde biografie maar een prettig leesbaar verhaal over het leven van Emilie. Hierdoor komt er eindelijk aandacht voor haar rol als modeontwerper en niet alleen haar relatie met Gustav Klimt. Emilie wilde de Weense vrouw bevrijden van het korset en ontwierp bij voorkeur ‘reform’ jurken. Jurken zonder taille met veel bewegingsvrijheid voor de draagster. Ze was nauw verbonden met de Wiener Werkstätte. De modesalon werd door architect Josef Hoffmann ingericht en oogde zakelijk met de strakke belijning en in zwart-wit kleurstelling. Dat was behoorlijk gewaagd in de tijd dat iedereen in de Biedermeier stijl woonde en werkte. Zij liet zich ook door de leden van de Wiener Werkstätte inspireren, onder andere door de illustraties en sieraden van Koloman Moser (1868-1918). Gustav Klimt liet zich mede door haar mode inspireren voor de kleding van de vrouwen die hij portretteerde.

Gustav Klimt en Emilie Flöge op de Attersee  (vleermuisjurk)
Gustav Klimt en Emilie Flöge op de Attersee (vleermuisjurk)

Haar droom was om de Weense vrouw meer vrijheid te geven. Maar de reformjurken waren een stap te ver voor de conservatieve dames in Wenen. Zij slaagde er wel in vernieuwende elementen in de mode een plek te geven. Haar meest bijzondere creaties - die alleen zij zelf droeg - zijn gefotografeerd aan de Attersee. Daar voelde Emilie zich vrij van de regels van Wenen. Een van de meest bijzondere creaties was het ‘Fledermauskleid’ (vleermuisjurk) die op een foto uit 1908 staat. Het patroon in zwart-wit was vermoedelijk van de hand van Koloman Moser. De jurk is een grote lap van bijna vier meter breed waarvan de mouwen dus nog verder reiken dan de lengte van haar armen. Zij lijkt zo weg te kunnen gaan vliegen. Op de betreffende foto staat Gustav Klimt ernaast. Hij kleedde zich aan de Attersee altijd in wijde kaftans die door Emilie waren genaaid.

Sinds 1901 brengen de Flöges veelal samen met Gustav Klimt de zomers door aan de Attersee. Wenen was in de zomer te heet en een vlucht naar het meer bracht verkoeling en verpozing. Dit werd de Sommerfrische genoemd. Andere meren in de regio werden door de aristocratie en koninklijk/keizerlijke familie bezocht. De Attersee werd de locatie voor de stedelijke bourgeoisie, kunstenaars en intellectuelen. Het ligt 60 km ten oosten van Salzburg en 250 km ten westen van Wenen. De Attersee, of Kammersee, is het grootste meer in het Salzkammergutgebied in Oostenrijk. In dit gebied werd in de Romeinse tijd zout gewonnen, vandaar de naam. Het meer heeft een lengte van 20 kilometer van noord naar zuid en 4 kilometer van oost naar west. Het meer is niet omsloten door bergen; in het noorden is het omringende landschap relatief laag. Het Hollengebergte, met het hoogste punt van 1863 m, ligt aan de zuidoostzijde van het meer. Aan de noordzijde van het meer ligt Vöcklabruck dat per trein vanaf Wenen al vanaf 1860 bereikbaar was met de Keizerin Elisabeth Trein. In 1882 werd het station Kammer-Schörfling in gebruik genomen dat dicht bij de oever van het meer ligt. Dit station is in 2014 gesloten. De trein maakte het meer veel beter bereikbaar voor toerisme; daarvoor was men op de koets aangewezen. Vanaf 1913 kwam de spoorlijn Lokalbahn Vöcklabruck-Attersee gereed die je aan de westzijde van het meer bracht.

Noordelijk deel Attersee
Noordelijk deel Attersee

In het meer ligt een kasteel op een eiland, aan de zijde van het dorp Kammer. werd voor het eerst genoemd in 1260. Het was gebouwd door de Schaunberger familie op een eiland in het meer en werd mede gebruikt als administratief centrum van de Attergau regio. Het was alleen door middel van een ophaalbrug bereikbaar. In 1383 werd het aan de Habsburgers verkocht. Het kasteel bleef in eigendom van de adellijke familie von Khevenhüller van 1581 tot 1903. Tussen 1622 en 1642 werd het kasteel uitgebreid en in 1710 werd het verbouwd naar het plan van de barokke architect Michael Prunner uit Linz. In 1872 liet de gravin Ida Horváth-Khevenhüller het kasteel renoveren en herinrichten en liet zij vier zomervilla’s en het Hotel Kammer bouwen. In een reisgids stond vermeld dat er 300 gasten konden verblijven. Daarnaast maakte de gravin zich sterk voor betere verbindingen voor de auto, de trein en schip. Zij was met haar man August Horvath von Szent Györg de grondlegger van de Attersee-Schifffahrt. Al deze investeringen leidden uiteindelijk wel haar faillissement in en de notaris die haar zaak afwikkelde ontving de vier villa’s als honorarium. Door aanpassingen vanwege het omliggende verkeer zijn de poorten van het kasteel in het noorden in 1938 in het zuiden in 1971 gesloopt. Het kasteel is nog altijd privé-bezit en kan niet worden bezocht.

Niet alleen kunstenaars van de Weiner Werkstätte zochten hun rust en inspiratie aan de Attersee. De Oostenrijkse componist Gustav Mahler (1860-1911) trok zich in de zomers terug in een klein huisje in aan de oostelijke oever terug om te componeren. Hij was hier van 1893 tot 1896. Het componeerhuisje, zoals het nu wordt genoemd, is een klein museum naast een hotel. Het is een klein huisje met één kamer waar een piano van Mahler en een aantal originele documenten te zien zijn. Mahler had vanuit dit huisje een prachtig uitzicht over het meer. Hij was in die tijd kapelmeester in het stadstheater van Hamburg. Hier zijn delen van zijn tweede en derde symfonie gecomponeerd. Via zijn vrouw, Alma Mahler (1879-1964), waren er banden met de Wiener Werkstätte. Ze was de stiefdochter van de Secession schilder Carl Moll (1861-1945). In 1901 bouwden Josef Hoffmann en Koloman Moser in zijn opdracht een groot dubbel woonhuis op de Hohenwarte in de 19e district van Wenen. Mahler en Klimt zou je geestverwanten hebben kunnen noemen. Mahler bracht met zijn muziek net zo’n schok teweeg als Klimt met zijn schilderijen. Emilie Flöge woonde met Klimt een concert bij die door Mahler zelf werd gedirigeerd in 1904 in de Wener Hofoper. Het conservatieve publiek jouwde de componist uit. Ook was zij bij zijn afscheid toen hij naar aanleiding van de antisemitische atmosfeer in Wenen een baan in New York bij The Metropolitan Opera had geaccepteerd eind 1907.

Klimt en de Flöges brengen de zomers van 1900 tot 1907 in aan de Attersee door. Daar logeerde Klimt, door toedoen van zijn vriend Paul Bacher, in de het gasthuis van de oude brouwerij. De brouwerij bestond van 1645 tot 1930; helaas is hier nu niets meer van over. Paul Bacher was de eerste man van Emma Paulick. Zij was een dochter van Friedrich Paulick, een Weense meester meubelmaker aan het hof van keizer en koning Franz Josef. Haar zus Theresia was getrouwd met de broer van Emilie, Hermann Flöge. De Flöges brachten een deel van hun Sommerfrische door in Villa Paulick op het adres Seewalchen 83, nu Promenade 12. Ook Gustav Kllimt was hier een regelmatige gast. De villa is nog altijd in particulier bezit. De villa was in 1877 gebouwd naar ontwerp van Friedrich König en Rudolf Feldscharek uit Wenen. Vanaf 1908 verblijven Klimt en de Flöges in Villa Oleander. Dat was een van de vier villa’s die bij Schloss Kammer waren gebouwd in 1872. Het bestaat nog altijd en is in particulier bezit. Van 1914 tot 1916 werd uitgeweken naar Villa Brauner in Steinbach. Klimt koos vervolgens voor een rustiger plek aan de zuidkant van het meer, de boswachterswoning in Weissenbach.

Villa Paulick
Villa Paulick

is het dorp aan de Attersee waar je de meeste villa’s uit de 19e eeuw nog altijd kunt zien. Bijna alle villa’s zijn nog in particulier bezit. Er is een goede website waar je achtergrondinformatie over de vele villa’s kunt terugvinden. Al in de 1750 werd ‘Bäcker am See’ gebouwd op het adres Seewalchen 58, nu Promenade 4, in chaletstijl door de familie Schmoller. In 1904 werd de bestaande pand afgebroken en vervangen door de ‘Lettmayr’ naar het ontwerp van Matthias Aigner in opdracht van Wilhelm Deckert. Het sierlijker huis van twee verdiepingen met toren lag direct aan het meer met een eigen aanlegsteiger. In 1908 legt hij Deckert een promenade aan en beplant deze met kastanjebomen. Vanaf 1934 komt het huis in ander handen en wordt de toren afgebroken. Sinds 1975 heet het ‘Rosenvilla’.

Op Seewalchen 78, nu Atterseestrasse 53, is de Villa Daheim gelegen. In 1872 bouwt Friedrich Otto Schmidt, een handelaar in antiek uit Wenen, de villa. In 1895 neemt zijn zoon Max de villa over. Vijf jaar later wordt aan de westzijde een gasthuis gebouwd die de naam ‘Schneckenvilla’ krijgt. Na zijn overlijden in 1935 is er lange tijd geen duidelijkheid over de erfenis en pas in 1954 krijgt zijn neef het eigendom van de villa. In 1968 erft zijn minderjarige zoon de villa. In 1990 krijgt de villa een monumentenstatus wegens zowel het bijzondere exterieur en het interieur. Dit zeer tegen de zin van een bedrijf die de villa net had gekocht om er woningen in te realiseren. Later is dit wel een ondernemer gelukt om binnen de monumentenkwaliteiten woningen erin onder te brengen.

Op het adres Seewalchen 99, nu Atterseestraat 67, staat de Villa Schuh. Het Weense lid van de stadsraad en fabrikant Carl Schuh heeft deze villa in 1903 laten bouwen. De schetsen uit 1901 van de architect Josef Pleĉnik (uit de school van de beroemde Weense architect Otto Wagner) hebben de basis gelegd voor de villa die in 1903 door bouwmeester Franz Lösch uit Schörfling is gebouwd. De zoon Dr. Rudolf Schuh werd de bewoner. Hij hield een tandartspraktijk in de villa. Daarnaast was hij militaire arts en later scheepsarts en heeft een boek geschreven voor de brandweer. Na zijn overlijden in 1945 blijven zijn weduwe en na dochter in de villa wonen. In 1969 komt de villa in handen van een andere familie. Wegens faillissement in 1981 komt de villa in het bezit van de Bank Bregrenz. In 1990 is de villa verbouwd tot exclusieve woningen.

Hoewel er nu geen villa meer staat, willen we toch ook iets vertellen over de voormalige villa Chertek (ook wel Villa Bäumler genoemd) aan Atterseestrasse 69. In 1876 bouwde de directeur van de Praagse Staalfabriek Oberbergrath, Ernst Bäumler hier een villa naar het ontwerp van de Weense architect Josef Wieser. Het was een van de eerste villa’s in Seewalchen. De naam Chertek kwam door de verkoop aan Maria Brendler in 1894 die het naliet aan haar dochter Hannah die met Edgar Chertek was getrouwd. Hij was van 1908 tot 1935 leidinggevende in bosbeheer en werd ereburger. De familie had hier een pension, dot na het in 1950 een deel werd verkocht aan een tandarts. In 1963 werd het Gewerkschaft der Gemeindebediensteten der Stadt Wien eigenaar van het perceel en bouwden zij er een kuuroord met zwembad en kegelbaan. Vanaf het begin van de 20e eeuw werd het een hotel met vergaderfaciliteiten. In 2006 werd er een terras aangelegd en een lift gerealiseerd om naar het lager gelegen meer en ligweiden te kunnen gaan. Vanaf 2009 heet het Hotel Attersee. Wij hebben het genoegen gehad om met onze Australische vriendin en redacteur van JE reis hier te verblijven.

Het toerisme aan de Attersee bloeide. Gustav Hasse realiseerde op de locatie waar zijn schoonvader boten verhuurde een See- und Sonnenbad dat in de volksmond ‘Hasse-Bad’ werd genoemd. Op deze plek werden later ‘Villa Westen’ en twee badhokjes gebouwd. In 1957 werd een nieuw Strandbad geopend (adres Promenade 1a) met een grote ligweide, 100 kleedcabines en een 10m hoge duikplank. Er kwam ook een school voor het waterskiën. In 1996 werd het complex gerenoveerd en weer geopend, nu voorzien van glijbanen. Er is nog altijd een zwembad op deze plek.

Poster Attersee
Poster Attersee

Nu moet je weten dat wij meer stad, strand en riviermensen zijn dan bergmensen. Ik hou daarnaast ook niet van dennenbossen. Meren in bergachtig gebied brengen bij mij altijd de associatie van puzzels in duizenden stukjes boven. Diepe meren die de donkere wanden van de bergen nog een keer spiegelen. Via Klimt zijn wij dus toch bij een meer aangekomen, de Attersee. Eerlijkheid gebiedt te zeggen, wij zijn verliefd geworden op dat meer. Dat komt natuurlijk mede doordat de historie van het vroege toerisme hier nog te zien en te voelen is. Maar het komt ook door het meer. De kleur van het meer is namelijk totaal anders dan de omliggende meren. Het is turquoise. Als je een foto maakt vanaf de oever, hebben mensen het idee dat je aan een zeestrand staat en niet aan een meer. Je zou kunnen denken dat de lichte kleur ontstaat doordat het minder diep is, maar dit door gletsjers gevormde meer is 170 meter diep. De kleur ontstaat doordat het ligt in een gebied met kalksteen en dolomiet. Smelt- en regenwater lossen fijne kalkdeeltjes op, dit wordt ‘gletsjermeel’ genoemd. Die microscopisch kleine deeltjes blijven in het water zweven en weerkaatsen vooral blauw en groen licht, wat een heldere turquoise effect geeft. Het water heeft weinig voedingsstoffen, algen of plankton en blijft daardoor helder.

Een Klimt door Jan
Een Klimt door Jan

Klimt heeft 46 schilderijen gemaakt aan de Attersee. In het boek ‘Gustav Klimt Summer Sojourns on the Attersee 1900-1916’ van de Gustav Klimt Wien 1900 Foundation is op een kaart weergegeven waar elk schilderij is gemaakt. Deze schilderijen zijn heel anders dan de vrouwenportretten die hij in Wenen maakte. Het zijn voornamelijk landschappen en een aantal schilderijen van gebouwen aan het meer. Hier werkte hij met wat in het Engels een viewfinder wordt genoemd, een zoeker. Het is een stuk karton met een vierkant gat. Daarmee tuurde hij in de verte om te bepalen wat binnen het gat een interessante compositie zou opleveren. Alle schilderijen die hij aan de Attersee heeft gemaakt, zijn dan ook vierkant. Meestal 100 bij 100 cm of 110 bij 110 cm groot. Op twee van die schilderijen heeft Klimt de kleur van het meer echt treffend weten weergegeven. Door de horizon heel hoog op het schilderij te plaatsen, wordt nagenoeg de hele schilderij gevuld met de weergave van water in sprankelende tinten.

Kort na elkaar overlijden Hermann en Pauline, de broer en zus van Emilie en Klimt nog voor het einde van de Eerste Wereldoorlog. In 1936 overlijdt haar zus Helene Klimt-Flöge, de moeder van Lentschi. Lentschi was getrouwd met dr. Rudolf Donner die al acht jaar daarvoor was overleden. Lentschi had een opleiding gevolgd voor textiele werken en ornamentaal tekenen aan wat wij nu de Kunstacademie zouden noemen. Met haar tante zette zij de modesalon op. In 1938 koopt Emilie een villa (uit 1928) in Weissenbach aan de Attersee waar zij de zomers met Lentschi doorbracht. Het bood de twee dames een goed vluchtoord tijdens de Tweede Wereldoorlog. Emilie sterft in 1952 en laat de villa aan Lentschi (Helene Donner-Klimt) na.

Emilie Flögeplatz
Emilie Flögeplatz

Voor Emilie was de Sommerfrische aan de Attersee de gelegenheid om uit te rusten. Het werk in de modesalon was arbeidsintensief, ze werkte bijna 12 uur per dag. Niet alleen maakte zij de ontwerpen, zij was ook diegene die de klanten te woord stond. Zij verstond wat de Weense vrouwen wilde hebben. Haar ontwerpen waren ook zeer bewerkelijk en vaak legde zij zelf de laatste hand aan de creaties. Zij was buitengewoon sportief en liep graag met de heren mee op bergwandelingen in de omgeving van het meer. Hiervoor had ze voor zichzelf ook broeken genaaid, dat was met het wandelen een stuk praktischer. Ook roeide zij veel met Klimt op het meer. Daarnaast zwom zij ook graag en had daarvoor haar eigen badpak ontworpen en gemaakt. En dat brengt ons bij het Emilie Flögeplatz. Het ligt aan het einde van een openbaar wandelpad langs de oever van het meer bij Seewalchen. Wat zo bijzonder is aan dit parkje, is de bestrating. Er is pad gemaakt dat uitkomt bij een pier met een trap waardoor je zo het meer in kunt. De bestrating is in zwart wit en heeft een patroon van een zwempak dat Emilie in 1910 heeft ontworpen. Het is een zwart badpak dat met een witte bies is afgezet. De bies eindigt links en rechts in een mooie krul. De smalle bandjes zijn zwart met witte biezen aan weerskanten, vier stuks aan beide zijden. Dat motief is gebruikt voor de bestrating. Het is een erg subtiele verwijzing voor een moderne werkende vrouw, maar wel op de meest daarvoor geëigende plek.

2026

Deel dit artikel