Van Veluwe-vrees verlost
Hoog Soeren

Van Veluwe-vrees verlost


Veluwevrees, wat is dat? Dat is een goede vraag. Zowel Jan als ik hadden er een beetje last van. Jan meldde - als cultureel gevormde katholiek - erg weinig gevoel te hebben met deze streek. Daarbij moet worden gemeld dat Jan ook meer van dorpen en steden houdt dan van landschap. Landschap is voor hem meestal het gebied dat tussen de bebouwing over blijft. Met beide ouders die in Apeldoorn zijn geboren, zou je verwachten dat ik de Veluwe goed ken. Maar niets is minder waar. Ik herinner me de Julianatoren vaag en we kwamen niet veel in het buitengebied. Wat ik me wel herinner is een soort gereserveerdheid in Apeldoorn die mij ook niet in het bijzonder aansprak. Wel zijn Jan en ik regelmatig naar het Kröller-Müller museum geweest, maar dat leidde meestal niet tot een uitgebreid bezoek aan de omgeving. Dat iedereen naar de Veluwe wilde, was voor ons nou ook niet een reden om er naartoe te gaan. 

Wat leuk is van ouder worden, is dat je leert dat je op vooringenomenheid mag terugkomen. In het voorjaar van 2021 hebben we de sprong gewaagd en zijn we naar de Veluwe gegaan. Via een site kwamen we terecht bij een atelierwoning in Hoog Soeren. Ondanks het koude en slechte weer - waardoor we niet optimaal van onze plek konden genieten - waren we om. Dit is wel mooi, dit is hartstikke interessant. We nemen jullie mee in onze ontdekkingstocht naar het deel van de Veluwe dat ons te pakken heeft gekregen.

De Veluwe meet 1.000 km2 (100.000 hectare), waarvan 912 km² is aangemerkt als Natura 2000-gebied. De grenzen zijn niet heel precies aan te geven. Grofweg kun je stellen dat het ligt tussen de Veluwerandmeren, de Nederrijn, de IJssel en de Gelderse Vallei. Het Nationaal Park De Hoge Veluwe ligt in het zuidwesten van de Veluwe en is 5.400 hectare groot. Dat is ongeveer een twintigste deel van het hele gebied de Veluwe. Het was het grootste nationaal park in Nederland tot in oktober 2024 het Van Gogh Nationaal Park in het leven werd geroepen. Je kunt je wel afvragen of dit een eerlijke vergelijking is, maar dat terzijde. Ter hoogte van Apeldoorn ligt het Kroondomein Het Loo (Royal Domain Het Loo) dat met 10.400 hectare het grootste landgoed in Nederland is. 

Kaart Veluwe
Kaart Veluwe

Het landschap van de Veluwe is gevormd in de voorlaatste ijstijd, zo’n 150.000 jaar geleden. Voorafgaand aan de ijsbedekking hadden de grote rivieren dikke lagen zand en grind met dunnere lagen klei afgezet. In de laatste ijstijd kwamen de gletsjers niet tot in Nederland, maar was de grond permanent bevroren. Door de toen heersende harde winden werd dekzand afgezet, vooral aan de randen van de Veluwe. Toen het klimaat warmer werd raakte de Veluwe bebost. Vanaf de middeleeuwen gingen de mensen het hout gebruiken voor de industrie en het land voor intensieve landbouw. De Veluwe raakte ontbost. Daardoor ontstonden op hun beurt zandverstuivingen en zandduinen. Dat leidde vervolgens tot vertrek van de bevolking. Door de boskap is er geen oerbos bewaard gebleven; het grootste deel van de Veluwse bossen is aangeplant voor houtproductie. De Veluwe bestaat nu uit loofbos en naaldbos (vooral grove den), zandverstuivingen en heidevelden met een aantal beken en vennen. Het is het belangrijkste heidegebied in Nederland met een oppervlakte van 15.000 hectare. Het beheer op de Veluwe is verdeeld over diverse beheereenheden, waarvan de Koninklijke Houtvesterij Het Loo (voor een gebied van 97 km²) de grootste is.

De Veluwe was in eigendom van verschillende landgoedeigenaren, waarvan het Koninklijke Huis en Anton Kröller de bekendste zijn. Anton Kröller is nu als persoon minder bekend dan het museum en de kunstverzameling die zijn vrouw Helene Kröller-Müller met zijn geld heeft gerealiseerd. Deze Rotterdamse ondernemer was in de eerste helft van de twintigste eeuw een van de rijkste, machtigste en meest omstreden personen van Nederland. Voor de Eerste Wereldoorlog was hij een succesvol zakenman, tijdens de oorlog bepaalde hij met een kleine groep zakenlieden voor een groot deel de buitenlandse en economische politiek van Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog werkte hij in de hele wereld met zijn bedrijf Müller & Co, was hij betrokken bij het ontstaan van Hoogovens en de KLM en onderhield hij een warme vriendschap met de Duitse prins Hendrik. Het Kröller-Müller Museum opende in 1939 en is 25 hectare groot. Het echtpaar heeft ook het jachtslot Sint Hubertus in 1920 laten bouwen op hun landgoed. Het ontwerp van het jachthuis is van de beroemde architect H.P. Berlage uit 1914. Berlage ontwierp niet alleen het gebouw, maar ook de interieurs, meubels en het omliggende landschap. Andere eigenaren van de Veluwe zijn de provincie Gelderland, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Stichting Het Nationaal Park De Hoge Veluwe. 

Kaart Kroondomein Het Loo
Kaart Kroondomein Het Loo

Het deel van de Veluwe dat in eigendom is van het Koninklijke Huis heet het ‘Kroondomein Het Loo’. Het fundament voor het Kroondomein Het Loo werd gelegd door Stadhouder Willem III. Hij kocht in 1684 het kasteeltje Het Oude Loo met het bijbehorende park (ongeveer 200 hectare) en een belang in het 3.000 hectare grote bos bij Hoog Soeren van Johan Carcelius van Ulft. In 1685 gaf hij opdracht om naast het oude kasteeltje een groot, nieuw jachtslot te bouwen, het latere Paleis Het Loo. Willem III wilde dat er een Franse tuin bij dit nieuwe jachtslot werd aangelegd dat moest kunnen wedijveren met de tuinen van Versailles in Frankrijk. Er werden veel gebouwen en kunstwerken geplaatst waarin water een opvallend belangrijke rol speelde. Er werd bijvoorbeeld vanuit de hooggelegen bronnen bij Hoog Soeren een leiding aangelegd waardoor de fontein in de paleistuin maar liefst veertien meter hoog kon spuiten, de zogenaamde 'Koningsfontein'. 

Na de Franse bezetting kreeg Willem I in gebruik. Het bleef staatsbezit, maar het gebruiksrecht ging naar de Koninklijke familie. Willem I heeft zich ingezet voor de voltooiing van het Engelse landschapspark. Vanaf 1813 tot 1890 maakten de koningen Willem I, II en III gebruik van dit paleis. Het Paleispark werd uitgebreid tot een gebied van meer dan 600 hectare. Onder het koningschap van Koningin Wilhelmina werd het landgoed uitgebreid met forse aankopen, die nu Het Kroondomein heten. Samen met het Staatsdomein, bestaande uit boswachterij Hoog Soeren en het Paleispark, vormt dat Kroondomein Het Loo. In de periode 1895-1932 werden grote delen van de Veluwe afgerasterd, in bijna alle gevallen omdat de eigenaren wilden jagen. Op initiatief van de echtgenoot van Koningin Wilhelmina, Prins Hendrik, is een groot deel van Het Kroondomein Het Loo bebost. Hij introduceerde hierbij het bosbouwmodel uit Duitsland en in 1907 het wilde zwijn zodat hij hierop kon jagen. Anton Kröller liet herten uitzetten vanuit Oost-Europa en moeflons uit het Middellandse Zeegebied voor de jacht. Vanaf 2022 is het Koning Willem-Alexander niet meer toegestaan te jagen op het terrein. Het Kroondomein is elk jaar in de herfst drie maanden gesloten om de natuur weer in balans te laten komen. In 1971 werd het beheer en het gebruik van het Paleispark en het Hoog Soerense bos overgedragen aan de Staat. 

Aardhuis
Aardhuis

Naast Paleis het Loo staat er nog een opmerkelijk gebouw op het Kroondomein Het Loo. Het werd op de Aardmansberg gebouwd in opdracht van Koning Willem III in 1861 en kreeg de naam . Het was oorspronkelijk bedoeld om militaire besprekingen te houden; later werd het een jachtchalet waar vooral Prins Hendrik gebruik van maakte. Het ontwerp is enigszins geïnspireerd op het grote jachthuis van keizer Wilhem II in Zuid-Duitsland. Het pand raakte in de jaren ’70 van de 20e eeuw in verval. Vanaf 1973 is het een Rijksmonument. Koningin Juliana heeft er een voorlichtingscentrum in laten plaatsen over flora en fauna. Na een renovatie in 2018 dient het gebouw als bezoekerscentrum voor het Kroondomein Het Loo en is er een restaurant. Een stijlkamer en een grote zaal zijn nog authentiek en zijn ingericht met hertengeweien en andere zaken die aan de jacht refereren. Het gebouw in chaletstijl werd ontworpen door de hofarchitect van Koning Willem III, Henri Camp. Hij was ‘architect des Konings’ van 1849 tot 1874 en nota bene een katholiek wat zeer ongebruikelijk was bij het protestante Koninklijke Huis. De chaletstijl was in de tweede helft van de 19e eeuw in zwang en was geïnspireerd op traditionele houten chalets in Zwitserland en Oostenrijk. Het paste in een romantische beweging als tegenhanger van de industrialisatie en drukte een verlangen uit naar natuur en landelijke eenvoud. Dit viel samen met de arts and crafts-beweging dat uit Engeland overwaaide en een pleidooi hield voor ambachtelijk werk. Het Aardhuis is een groot zwart geschilderd gebouw van twee verdiepingen voorzien van een zadeldak met een groot dakoverstek. Het heeft doorgaande terrassen en veranda’s. De dakranden en balkonhekken zijn afgewerkt met sierlijk houtsnijwerk, passend bij deze stijl. 

Kaart Hoog Soeren
Kaart Hoog Soeren

Het Aardhuis is gelegen ten noorden van de N344 van Voorthuizen naar Apeldoorn; een van de weinig doorgaande wegen door de Veluwe. Ten zuiden van die weg ligt het dorp Hoog Soeren, behorend tot de gemeente Apeldoorn. Het dorp ligt 85 meter boven NAP. Nog niet het hoogste punt van de Veluwe dat op 109 meter is gelegen. Dat is Signaal Imbosch bij Rheden. Sinds 2012 heeft Hoog Soeren de status van beschermd dorpsgezicht en dat begrijpen wij helemaal. Het is echt prachtig en buitengewoon bijzonder. 

heeft ons van de Veluwe-vrees verlost. Waar die schoonheid in zit? Het dorp ligt prachtig tegen de bossen aan met een aantal open velden die ook nu nog altijd voor landbouw worden gebruikt. Er zijn veel hoogteverschillen in en rondom het dorp en door de afwisseling van open en gesloten landschap, heb je telkens zicht op de omgeving. Heel bijzonder is de structuur van onverharde wegen. Het dorp heeft maar drie verharde wegen die een eigen naam hebben. De weg vanuit Apeldoorn heet de Soerensweg en gaat over in de Pomphulweg. De Kampsteeg loopt vanaf de Amersfoortseweg het dorp in. De overige adressen zijn Hoog Soeren met het huisnummer. De huisnummers staan verzameld op de hoeken van de straten. Deze wegenstructuur benadrukt het landschappelijke van Hoog Soeren. Waar vind je dit (nog) in Nederland?

Huisnummers
Huisnummers

De Veluwe trekt veel toeristen aan. Ook Hoog Soeren heeft voor een dorp van 235 inwoners (in 2023, voornamelijk 65+’ers) veel restaurants, twee hotels en een golfbaan. Die zijn aan de verharde wegen gelegen, daar ervaar je nog niet wat Hoog Soeren zo bijzonder maakt. In 2021 hebben wij geslapen in het atelier van het huis ‘Mjölnir’. De naam komt uit de Noorse en Germaanse mythologie en betekent donderhamer van Thor of Donar (hier is de donderdag naar vernoemd).  Gustaaf Frederik van de Wall Perné (1877-1911) en zijn vrouw Eugénie van Vooren (1873-1958) woonachtig in Amsterdam en beiden kunstenaar, lieten in 1905 een houten zomeroptrekje bouwen dat tevens als atelier functioneerde. In 1910 is het gebouw verplaatst (rollend naar het schijnt) naar een plek verderop in de velden, waar het nu nog altijd staat. Het is een gemeentelijk monument. In 1938 is voor het atelier een huis opgebouwd in steen dat verder erg lijkt op het atelier. Hier verbleef Eugénie (ze noemde zich Jules) voor de rest van haar leven. Gust - zoals hij zich liet noemen - was een veelzijdige kunstenaar. Hij schilderde, illustreerde, ontwierp boekomslagen, meubilair, kleding, gobelins en schreef. Hij was bevriend met aannemer-architect, meubel- en interieurontwerper Chris Wegerif en zijn vrouw, de bekende textielkunstenares Agatha Gravestein. Chris Wegerif staat vanaf 1898 aan het hoofd van de Nederlandse arts and crafts-beweging met een kunstnijverheidswinkel in Den Haag en een meubelwerkplaats in Apeldoorn. 

Mjölnir
Mjölnir

Het bekendste werk van Gust van de Wall Perné is het boek de Veluwsche Sagen, dat hij ‘geschreven en verlucht’ had zoals op de vijfde druk te zien is. Hij was geboren in Apeldoorn en kende de Veluwe, de ‘Vale Ouwe’ zoals hij die noemde, zeer goed. Het is een bundel met volksverhalen die hij als kind hoorde en een diepe indruk op hem maakten. Het sloot aan bj de tijdsgeest. Gebruiken op het platteland dreigden te verdwijnen en in reactie daarop ontstaat er belangstelling voor volksmuziek, houtsnijwerk en weefkunst, passend bij de arts and crafts-beweging. Met zijn schildersezel onder de arm trok hij erop uit. Hij wist de mystieke sfeer en de diepe kleuren van de bosranden en de verlaten heide op zijn eigen manier vast te leggen die paste bij zijn verhalen. De Veluwsche Sagen verschijnen in twee boekdelen. De eerste verscheen in 1909 en kort na zijn dood hebben zijn erven een tweede bundel uitgegeven, samengesteld uit het werk van zijn nalatenschap. In 2011 heeft het CODA museum in Apeldoorn een tentoonstelling gehouden over het werk van Gust. Er is een kaart uitgegeven met een fietstocht: Mystieke paden, een sfeervolle route langs de plaatsen waar Gust van de Wall Perné zijn Veluwsche Sagen vond’

Details Mjölnrir
Details Mjölnrir

Gust van de Wall Perné ontwierp zelf de atelierwoning die nu op het adres Hoog Soeren 66a staat. Dit is het huis waar wij hebben gelogeerd, hoewel het talloze keren is gewijzigd. Het is ontworpen in de toen populaire chaletstijl, maar in een Noorse variant met modernere details. Die kun je terugvinden in de kruisende balken bij het dak en bij de terrashekken. De kleuren die hij gebruikte zijn donker: ossenbloedrood, dieppaars en zwart. Later zijn lichtgekleurde bakstenen aan de entreezijde toegevoegd. De details op de windveren zijn prachtig gemaakt in houtsnijwerk: weerwolfkoppen en staarten. Zijn romantische geest is zichtbaar in de door hem geïnspireerde, maar na zijn dood pas gerealiseerde toren naast het atelier. Zijn vrouw gaf in 1928 opdracht aan de architect Cor de Graaff uit Laren (die zij nog kende uit Nederlands-Indië) om het schilderijtje van een kasteel aan de Loire in Frankrijk om te zetten naar een bouwtekening. Dit schilderij had Gust nog op zijn schildersezel staan om later uit te werken. Hij had het naastgelegen perceel hiervoor al gekocht in 1911. Hij overleed aan loodvergiftiging voordat de akte kon passeren, maar zijn vrouw zette dit door. Het Kasteeltje was eigenlijk bedoeld als een tuinhuis, maar functioneerde als gastenverblijf. Eugénie was ontwerpster van onder andere sierraden, maakte ook textiele werken en was docente. Naar het schijnt had zij haar weefgetouw voor het westerraam staan en haar man zijn schildersezel voor het grote noorderraam met uitzicht op rijpende roggeakkers. Je kunt je dit goed voorstellen. 

Mjölnir met toren
Mjölnir met toren

Dit jaar wilden we nog iets beter rondkijken in Hoog Soeren. We boekten nu een ander huis: het recent gerestaureerde huis met de naam ‘De Roode Pan’ van de Vereniging Hendrick de Keyser. Deze vereniging behoudt historisch waardevolle huizen en hun interieur voor de toekomst. Een aantal van die woningen zijn vakantiehuizen. Er zijn er op dit moment 24 waarvan wij er in 14 hebben gelogeerd. Het bijzonder van De Roode Pan is dat dit huis als eenvoudige zomerhuis is gebouwd. Het was een van de eerste zomerhuizen in het dorp. Het is ontworpen door Stephanus Parqui (Sté, 1871-1933) en in 1910 gerealiseerd. Sté heeft met zijn broer Cor een gezamenlijke ‘vennootschap tot uitoefening van architect en meester-timmerman’. Zij beheren daarnaast een grote portefeuille met onroerend goed, opgebouwd door hun vader, houthandelaar en aannemer Cornelis Boogaard Parqui. Sté bouwde het huis voor zijn gezin bestaande uit zijn vrouw Jeannette Malcomesius (1871-1950, dochter van een vooraanstaande dominee), zoon Cornelis (Kees, 1897-1990) en dochter Ellen (Zus, 1899-1895). De familie verhuisde van Rotterdam naar Den Haag vanwege de gezondheid van Kees. De kinderjuffrouw, juf Gerritje Wenteler (Titi), ging altijd mee naar Hoog Soeren. Zij bleef zestig jaar bij de familie. Zus trouwde in 1925 met Jan Langebergh sr. (1896-1979). Zij kregen een dochter, Heidi Langenbergh (1934-2019). Zus en dochter Heidi gingen in 1977 permanent in De Roode Pan wonen. Na het overlijden van Zus, ging Heidi het huis alleen als vakantiehuis gebruiken. In 2019 liet Heidi het huis en de tuinen na aan Hendrick de Keyser met de wens het zo authentiek mogelijk te houden en te gebruiken om vakantie te vieren. Deze vereniging heeft het huis en de tuinen gerestaureerd van 2020 tot 2023. 

Vanaf 1902 gaan de gezinnen van de broers Parqui iedere zomer naar het hotel Eik-en-Dal in Hoog Soeren dat in 1901 zijn deuren opende. In 1906 huren ze het deels leegstaande Jachthuis nabij het hotel. In 1909 maakte het gezin Parqui-Malcomesius een reis naar het Vierwoudstrekenmeer (Zwitersland) en het meer van Lugano (Italië). In hetzelfde jaar - er is geen plaats in het Jachthuis bij hotel Eik-en-Dal hotel – valt het besluit om een zomerhuisje te bouwen in Hoog Soeren. Het is lastig om een stuk grond te bemachtigen omdat het dorp volledig wordt omringd door het Kroondomein het Loo. Een klein perceel in de hoek van een roggeveld kan worden gekocht in januari 1910. Dat leidt ertoe dat een klein huis wordt ontworpen dat in juni 1910 al gereed is. 

In het huis hangt een aquarel van het huis (in een verder lege omgeving) met twee dennenbomen onderin. Daartussen de volgende tekst:

 De Roode Pan, 1910

"Eens rijpte waar dit huis nu staat
de rogge van Campen
Ten tijden nog van regenput
en waterton en van petroleum lampen
is naar ontwerp van S. Parqui
“De Roode Pan” verrezen
ontsproten uit zijn fantasie
opdat dit huis zou wezen
een toevluchtsoord voor jong en oud, 
waar ieder die de eenvoud mint
in Gods natuur geluk zou vinden
en wie van het ’t later nageslacht
geniet op dit terreintje
die denke dankbaar terug aan hen
die stichtten ‘het Pandomeintje’. ”

Huis De Roode Pan
Huis De Roode Pan

Het huis was een eenvoudig huis van twee bouwlagen onder een grote asymmetrische kap met rode dakpannen. Aan weerszijden in het dak is er een dakkapelletje, daarnaast nog een balkonnetje boven de deur aan de voorzijde. Boven op de nok van het dak aan de voorzijde van het huis een beeld van bos - heidegod Pan (half mens, half bok, god van de natuur en het landleven met een rietfluit aan zijn mond). Dit beeld heeft Sté zelf gemaakt en geschilderd. Daaronder een bord met de naam ‘De Roode Pan’. Hij schreef zelf het sprookje van De Roode Pan. Met veel humor werd het thema van Pan door het gezin in de ‘Pantuin’ uitgewerkt. Deze ‘Pantuin’ maakt onderdeel uit van een van de weinige cottagetuinen in Nederland, die vanaf 1860 populair werden in Nederland. De bezoeker van de tuin waande zich hierdoor in een soort sprookjeswereld. In de tuin stond een geboetseerd beeld van Pan (1925, staat in bewaring en moet nodig worden gerestaureerd), een Panaltaar (1920), een gong, een mast voor de Panvlag, een houten paddenstoel, een duiventil en diverse kleinere vogelhuisjes.

Details De Roode Pan
Details De Roode Pan

Op het huis zijn er vele verwijzingen naar de dieren op de Veluwe. De windveren zijn aan de onderzijde voorzien van zwijnenkoppen. De eekhoorntrap leidt naar het uilenbalkon. Eekhoorns deze tref je ook op de trap binnen en op de lambrisering in de kamer aan. De binnenzijde van de kap is getamponneerd. Dit is een techniek waarbij met een kwast/spons een nog natte geverfde oppervlakte wordt beklopt met een mal om illustraties te maken. Op de kap zijn naast eekhoorns ook vogels en uilen te herkennen. De wanden tussen de kamers op de verdieping lopen niet door tot aan het plafond, waardoor de beschildering in zijn geheel zichtbaar blijft. 

Details De Roode Pan
Details De Roode Pan

Het huis is compact van opzet en volledig van hout gemaakt. Een smalle gang geeft toegang tot een kleine keuken en naar de woon- en eetkamer. Bij de trap is een deur naar wat voorheen de ouderslaapkamer was. Deze kamer is nog in originele staat met twee volledig getimmerde bedden die een eenheid vormen met de hele ruimte. De woon-/eetkamer is aan de zuid- en aan de westzijde van een veranda voorzien. Boven is een grotere slaapkamer aan de voorzijde, achter twee kleine slaapkamers en in het midden aan de zuidzijde ook een kleine slaapkamer. De slaapkamers aan de gevels hebben een balkon. De kamers boven worden door middel van een gang verbonden. In de gang is onder het dak een afschot gemaakt waardoor kastruimte ontstaat. 

Dat het huis uitnodigde voor plezier kunnen we lezen in de notities van Zus: ‘Helemaal aan de anders zijde van het enorme korenveld lag het klein huisje van de schilder v/d Wall Perné. Het lag er als een sprookje, de donderhamer van Wodan boven de deur. […] Er ontstond een grote vriendschap tussen ons en we plaatsten een dennestam waaraan we door middel van vlaggeseinen, elkaar allerlei boodschappen doorgaven. Zij waren de enige stedelingen in het dorp en leefden mee met de bevolking.’  In een van de fotoalbums kun je de betekenis van de seinvlaggen nog terugvinden. 

Plattegrond De Roode Pan
Plattegrond De Roode Pan

In 1915 kreeg de oost- en noordzijde van het huis een ander aanzien. Er kwam een groot balkon met drie uilen in het hekwerk en een eekhoorntjes (brand)trap van het balkon naar beneden. Drie jaar later koopt Sté het overige land en het boerderijtje van Van Campen en ontstaat er ruimte voor uitbreiding. In 1919 verrees in het hoekje van de nieuw geplante boomgaard een 5-kantig koepeltje met rieten dak. Dit werd later de ‘oude koepel’ genoemd. Het begon als zonnig tuinhuis met luie rieten stoelen en oudroze gestrookte gordijnen en kussentjes. Na de Tweede Wereldoorlog werd De Roode Pan negen jaren lang gevorderd wegens de woningnood. De familie bleef in die tijd (tot 1955) de theekoepel als eigen woonkamer gebruiken. Later werd dit het werkkoepeltje van Jeannette, waar ze rust vond en brieven scheef. Vervolgens werd het een logeerkoepel voor jongelui. 

In 1922 werd het ingangspoortje gebouwd, die je vanuit de naastgelegen weide zonder trapjes naar het huis bracht. Een waterleidingaansluiting kwam tot stand in 1928; tot die tijd werd het water in vaten uit het dorp aan huis bezorgd. In 1930 werd de keuken uitgebouwd en ontstond er ruimte voor het toilet. Voor die tijd ging men naar buiten, naar het privaat. Boven de keuken ontstond het schoorsteenkamertje waar nu de badkamer is ondergebracht. 

Aan de noordkant werd het huis ter plaatse van het raam uitgebouwd. Deze uitbouw werd een muziekkamer; hier kwam het spinet te staan met aan de andere zijde in de uitbouw een bank om van de muziek te genieten en tegelijkertijd naar buiten te kunnen kijken. Hier kun je nu via een QR-code luisteren naar het sprookje van De Roode Pan; gecomponeerd, gespeeld en opgenomen door de familie zelf. De uitbouw kreeg een speelse houten omlijsting vanuit de woonkamer; versierd met uilen en slangen. In 1931 werd een tweede koepel in de tuin gebouwd, in de noordwesthoek. Deze doet nu dienst als knutselkoepel. 

In 1959 hebben Kees en Zus alles wat versleten was gerepareerd en vervangen; dit alles ter ere van het 50-jarig jubileum van het huis. Ook het bord van Pan werd door Zus hersteld en in 1982 nog een keer. In 1977-1978 is het huis van nieuwe elektrische bedrading en centrale verwarming voorzien. Het laatste durfde men lange tijd niet aan in een volledig houten huis. Het huis wordt nu verwarmd door een hybride installatie met een warmtepomp en beneden is vloerverwarming aangelegd. Het water wordt door een ventilatie-warmtepompboiler verwarmd die verstopt zit in het vloerluik in de gang. Dit alles is met veel respect voor het originele pand uitgevoerd.

Het huis werd met het interieur overgedragen aan Hendrick de Keyser. De restauratiearchitect inspecteerde het hele huis om te controleren of niets over het hoofd was gezien voordat de restauratiewerkzaamheden zouden beginnen. Boven in de slaapkamer klopte ze op een van de wandjes en het klonk hol. Achter het vastgenagelde schot vond ze een toverlantaarn en nog een aantal glasdia’s van de familie. De toverlantaarn, een voorloper van de diaprojector, functioneert nog. Het staat in de ouderslaapkamer beneden en kan worden gebruikt. Bij de restauratie heeft Hendrick de Keyser gebruik gemaakt van de vele fotoalbums die Zus heeft achtergelaten. Zus heeft ook het boek ‘Terugblik op het oude heidegehucht Hoog-Soeren’ uitgebracht in 1983 dat leest als een fotoalbum van een heel dorp. Drie albums over De Roode Pan kan men nu terugvinden in het huis. Men vond ook een handgeschreven briefje en een stuk van de originele kamergordijnen. Op basis hiervan en oude foto’s werden deze gordijnen zorgvuldig nagemaakt, met de vier gekleurde banen langs de randen. 

Sté Parqui voelde zich echt verbonden met Hoog Soeren, ook al bracht hij daar vooral de zomers door. In 1920 bood hij een door hem ontworpen glas-in-lood raam voor de protestantse kapel aan met een voorstelling van Jezus aan de bron met een Samaritaanse vrouw. Hij was geïnspireerd door de watertonnetjes kruiende bewoners van Hoog Soeren. Op de plaats waar nu de kapel staat werden vanaf eind 19e eeuw godsdienstige bijeenkomsten gehouden. Bij gebrek aan een kerk in Hoog Soeren werden diensten gehouden in het oude bouwvallige boerderijtje van Cornelis Eikendal waarvan de binnenmuren waren weggebroken en in het Jachthuis. De eerste steen van de huidige kapel is gelegd in augustus 1904 door Henderika van Laar, destijds de jongste leerling van de zondagsschool. Op de voorgevel werd de tekst ‘EVANGELISATIE LOKAAL DER NED. HERV. ‘GEM. aangebracht. Boven de ingang was er een luifel en achter op het zadeldak van het kerkschip stond een eenvoudige open dakruiter.

Kapel
Kapel

Het is goed te weten dat de Veluwe voornamelijk een protestantse streek is. Er is wel verschil tussen de noordelijke en westelijke helft van de Veluwe dat overwegend reformatorisch is (onderdeel van de Bijbelgordel), en anderzijds de oostelijke en zuidelijke delen van de Veluwe, die overwegend gematigd zijn. Overal in De Roode Pan en in de koepeltjes zijn houten bordjes met stichtelijke teksten te vinden. De familie voelde zich dus ook betrokken bij de kapel in het dorp. In 1924 schonk de familie een luidklok met de inscriptie ‘HIJ DIE U ROEPT IS GETROUW’ en een klok met wijzerplaat. Als voorwaarde werd gesteld dat iedere overleden Soerenaar zal worden uitgeluid tot aan de grens van Hoog Soeren. Hieraan wordt nog steeds gevolg gegeven. Ook het rustieke hekwerk voor de kerk is een idee van Sté. 

In 1933 werd als aandenken aan de in dat jaar overleden Sté Parqui naast de kerk een rode beuk geplant met daaronder een bordje Parqui beuk uit liefde geplant, 15-4-33. In 2002 is de beuk door een jonger exemplaar vervangen en bij het 100-jarig bestaan van de kapel in 2004 is het bordje herplaatst. De beuk staat bijna in het midden van het dorp, waar verschillende onverharde wegen elkaar kruisen. Als je 360o rondkijkt zie je een grote zwarte houten schuur, een boom met banken eronder waar twee meiden zitten te kletsen, restaurant het Jachthuis met ruime terrassen, Mjölnir en de toren, een veld, een weg richting Het Roode Pan, een weg die uiteindelijk naar de bossen van het Kroondomein Het Loo gaat, een huis en de kapel. Dit is echt bijzonder. En de les die wij hebben geleerd? Vrees niet, gooi je vraagtekens opzij en ga erop af. Je kunt dan echt verrast worden. 

2024

Met dank aan ‘De Roode Pan’, de Veluwse zomeridylle van de familie Parqui, door Niek Smit, 2019

Deel dit artikel