Delen
Càdiz

Don’t judge a book by its’ cover


Architectuur Geschiedenis Stedenbouw

Het is zo’n mooie uitdrukking: ‘don’t judge a book by its’ cover’. In het Nederlands hebben we hier niet zo’n pakkende uitdrukking voor. Het gaat erom dat je niet op uiterlijkheden af moet gaan. Dat doen we vaak wel, bij mensen, gebouwen, steden en landschappen. Niet zo gek, het is de eerste indruk en je kunt snel een beeld krijgen. Maar ja, wat heb je eigenlijk aan dat beeld als je de binnenkant niet kent? Pas als je achter het gezicht, de façade, hebt kunnen kijken, heb je een completer beeld. Zowel bij mensen, gebouwen, steden en landschappen. Een stad waarvoor dit zeker geldt is Càdiz in Zuid-Spanje. Je zou het de inverse van Venetië kunnen noemen. Venetië is namelijk een stad die je tegemoetkomt met haar grandeur. Càdiz is anders. Zelden hebben we een stad gezien die zich zo met de achterkant naar buiten toe presenteert. Càdiz laat zich niet makkelijk kennen, maar is zeker het nader onderzoeken waard.

Onze ervaring is dat maar weinig mensen in Càdiz zijn geweest. Het ligt in Andalusië in Zuid-Spanje, een zeer populair gebied onder toeristen. Maar ja, daar liggen Sevilla en Cordoba ook en die scoren veel hoger als het om toeristische hoogtepunten gaat. Daarnaast zijn de plaatsen aan de Costa del Sol aan de Middellandse Zee veel bekender, kleinere plaatsen maar ook bijvoorbeeld Marbella. Als je van oost naar west rijdt in Andalusië, moet je voorbij Gibraltar en het Nationaal Park de los Alcornocales, naar het deel van de provincie dat aan de Atlantische Oceaan ligt. Daar vind je Càdiz, met zijn vesting ver in zee gestoken. 

Vanuit zee, zo hebben velen deze stad voor het eerst gezien in de geschiedenis. In 1100 v Chr. werd op een schiereilandje Gadir gebouwd, dit betekende ommuurde stad. Eeuwenlang was het een belangrijke handelsplaats. In de tijd van de Romeinen won de stad - die toen Gades werd genoemd - aan belang als handelsplaats tussen Andalusië en Rome. Weinig is bekend van de stad onder de Visigoten en Moren, maar in 1240 werd de stad veroverd door Ferdinand III de Heilige en in 1262 permanent bezet door zijn zoon Alfons X de Wijze. Het belang van de stad nam af vanaf dat moment toe en leidde tot de bouw van de ommuurde wijk Barrio El Pópulo.

Er kwam een einde aan de groei in 1596 toen de Graaf van Essex de stad plunderde en verwoestte. De stad herpakte zich in de 17e eeuw; dit is terug te zien in de vele barokke gebouwen en kerken. De echte welvaartsperiode vond plaats vanaf 1717 toen de Kamer van Koophandel (Casa de Contractión) vanuit Sevilla naar Càdiz verhuisde. Càdiz werd vanaf dat moment het centrum van de trans-Atlantische handel.  

Aan het begin van de 19e eeuw was Spanje betrokken geraakt bij de Napoleontische oorlogen. Napoleon Bonaparte viel in 1808 Spanje binnen, bezette Madrid en grote delen van het land en zette koning Ferdinand VII af. Dit leidde tot een crisis in Spanje, waarin verschillende groepen en fracties probeerden te bepalen hoe het land moest worden geregeerd in afwezigheid van de rechtmatige koning. In 1810 werden de Cortes Generales (een parlement) in Cádiz bijeengeroepen, die op dat moment nog steeds onder Spaanse controle was. Cádiz stond historisch bekend om zijn liberale en progressieve tradities en het was een centrum van intellectuele en politieke activiteit. De stad had een lange geschiedenis van betrokkenheid bij discussies over democratie en constitutionele hervormingen. De Cortes bestonden uit afgevaardigden uit verschillende delen van Spanje en vertegenwoordigden een breed scala aan politieke opvattingen. 

Tijdens de bijeenkomsten van de Cortes - er wordt beweerd dat er 1400 sessies zijn gehouden - werd er intensief gediscussieerd en onderhandeld over de toekomstige grondwet van Spanje. De grondwet die uiteindelijk werd aangenomen, la Constitutión de 1812 (de Grondwet van 1812) was zeer progressief voor die tijd. Het bevatte bepalingen zoals scheiding der machten, gelijkheid voor de wet en burgerlijke vrijheden. De Grondwet werd op 19 maart 1812 aangenomen en ingevoerd in Spanje. Het legde de basis voor een constitutionele monarchie en beperkte de macht van de koning ten gunste van het parlement en de rechtsstaat. Deze Grondwet had invloed op latere grondwetten en constituties in Spanje en had ook invloed op constitutionele bewegingen in andere delen van de wereld zoals in Latijns-Amerika, waar veel voormalige Spaanse koloniën streefden naar onafhankelijkheid en zelfbestuur.

Cádiz zette zich op de kaart met de totstandkoming van de Grondwet en is trots op deze geschiedenis. Het is ook terug te vinden in de stad. Bijvoorbeeld het  monument van de Constitution de 1812. Honderd jaar na de Grondwet werd door de Spaanse regering opdracht gegeven om een monument te maken; het kwam gereed in 1929. Het is gelegen aan de Plaza de España aan de noordzijde van de stad. Het monument is ontworpen door Modesto López Otero, het beeldhouwwerk is van de hand van by Aniceto Marinas. Het is een groots monument dat je als toeschouwer als het ware omarmt. De onderzijde van het monument is een weergave van een kamer en een lege presidentiële stoel. Aan beide zijden zijn bronzen beelden geplaatst die vrede en oorlog voorstellen. In het midden staat een kolom waar de principes van de Grondwet uit 1812 zijn weergegeven. Aan de voet van de kolom wordt Spanje als vrouw verbeeld met aan weerszijde beeldengroepen die landbouw en burgerschap verbeelden. 

Ook op andere plekken kun je sporen vinden van de Grondwet uit 1812. De Cortes kwamen op verschillende plekken in de stad bijeen, onder andere in de Oratorio de San Felipe Neri. Dit is een kleine neoklassieke kapel met een elliptische plattegrond. Het is nu vooral bekend vanwege een schilderij van Bartolomé Murillo. Naast dit kapel is het Museo de las Cortes Cádiz gelegen. Het museum is op initiatief van de burgemeester in 1909 gesticht ter voorbereiding van de 100-jarige viering van de Grondwet. Twee gebouwen naast het Oratorium werden hiervoor verworven. Het museum opende de deuren op 5 oktober 1912. Het museum richt zich op de geschiedenis van Cádiz in de 18e eeuw en het eerste kwart van de 19e eeuw, de bijeenkomsten van de Cortes en de Grondwet van 1812. Je treft er vele schilderijen, zowel van de stadsplattegrond als van beroemde mensen en gebeurtenissen, en voorwerpen aan. De centrale trap brengt je naar de verdieping waar een spectaculair object uit de geschiedenis van Cádiz te zien is: een maquette van de stad, ongeveer schaal 1:250. Deze Maqueta de Cádiz werd tussen juli 1777 en maart 1779 gebouwd door een grote groep ambachtslieden onder leiding van de militaire ingenieur Alfonso Jiménez. Het werd vervaardigd in opdracht van Koning Karel III en laat de 18e-eeuwse stad zien. Je kunt er omheen lopen maar je kunt ook vanaf een verhoging naar de maquette kijken; het is indrukwekkend! 25 m2 groot, vervaardigd in mahonie-, ebbenhout en marmer en uiterst gedetailleerd.

Een van de recente elementen in de stad die in zijn naam teruggrijpt op de Grondwet van 1812 is de brug Puente de la Constitución de 1812 die in 2015 werd geopend. De brug verbindt Cádiz over de Baai van Cádiz met Puerto Real. De totale brug is 5 km lang over zowel water als land. Het heeft twee pilonen van 185 m hoog. Het brugdek ligt 69 meter boven zee waardoor veel schepen er onderdoor kunnen; er kan ook nog een deel van de brug open. In 1969 werd de eerste brug gebouwd die de stad met het vasteland verbond, Puente José León de Carranza. Deze brug ligt zuidelijker en is 1.400 meter lang. De eerste bouwplannen voor een brug dateren uit 1928. De kwetsbare bereikbaarheid van de stad, met storm kon men niet over de landengte, was al jarenlang een probleem voor het gemeentebestuur. Beide bruggenprojecten hadden veel tijd nodig om tot realisatie te komen, in 1982 was men al van mening dat er een tweede brug moest komen. 

Hoe komt het toch dat de stad met zijn rug naar de randen is gekeerd? Op zich is dat niet vreemd voor een vestingstad. De vesting wordt eerst gebouwd om erover te zorgen dat er een veilig gebied ontstaat waarbinnen de stad kan worden gebouwd. In feite wordt de ruimte binnen de vesting langzaam door de jaren heen gevuld. Men start met bouwen achter de stadspoort, vervolgens bij de haven en rondom een centraal plein voor de handel. De namen van de wijken vertellen je iets over de geschiedenis van de stad. Barrio de la Viñaa is ontstaan op de plek waar vroeger wijngaarden waren gelegen. Door de verstedelijking in de 18e eeuw veranderde het in een visserswijk door de nabijheid van het strand la Caleta. De kern van deze wijk wordt gevormd door de straat Calle de La Palma die bij de parochiekerk uitkomt. Het is nu een straat vol met cafés en restaurants en een van de belangrijkste plekken waar de gaditanos (zoals de inwoners van Cádiz heten) carnaval vieren. 

In de 19e eeuw werd Cádiz door middel van het spoor met het vasteland verbonden. Het oorspronkelijke stationsgebouw werd geopend in 1862 en ligt dicht tegen de haven aan, handig voor de overslag van goederen. Met de ingebruikname van hogesnelheidstreinen kwam er een nieuw station, dat is er achter gebouwd (oftewel het spoor is wat ingekort). Gezien het aantal van ruim 1 miljoen passagiers per jaar is dit waarschijnlijk geen overbodige luxe. Daarvoor is het oude kopstation dus als het ware onthoofd. Toen wij er waren, hingen er borden met een aankondiging dat het oude gebouw met restaurants en winkels zou worden gevuld, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat wij geen bouwactiviteiten hebben waargenomen. Helaas is het contact met de haven vandaag de dag helemaal weg. Het gebied is volledig met hekken afgezet. Je kunt bijvoorbeeld niet meer bij de vismarkt komen als voetganger. Dit is wellicht mede een gevolg van de vele cruiseschepen die hier aanmeren en veel afhandelingsruimte vragen. Hoe dan ook, spijtig. 

Wat Cádiz als stad in onze ogen bijzonder maakt, is zijn structuur. Dat kun je zien op de maquette en de kaarten die je in Museo de las Cortes Cádiz kunt zien. De stad is heel dicht bebouwd: de straten zijn smal, de bebouwing is meestal vier bouwlagen hoog en er is maar een beperkt aantal pleinen. Een aantal straten is heel lang en gaat vanuit het centrum tot de rand van de stad. Daartussen liggen de echt smalle straten, vaak nog geen 5 m breed. De hele stad kent dan ook vooral straten met eenrichtingsverkeer. Je kunt je voorstellen dat in een dergelijk dichte stad het vrij moeilijk is om met een bijzondere gevel op te vallen. Je kunt zo’n gevel door de smalle straten ternauwernood zien. Alleen daar waar er pleintjes zijn, of net een verbreding in de straat, zie je dat de kans wordt gegrepen om een mooie gevel te maken. In dit dicht stedelijk weefsel kun je De Calle Ancha, hoofdwinkelstraat en voetgangersgebied, een uitzondering noemen. Dit is een bredere straat waar grote panden en paleizen met imponerende gevels aan staan. 

Er is een beperkt aantal pleinen in de stad. De meest bijzondere zijn Plaza de la Catedral, Plaza de San Juan de Dios bij het stadhuis en Plaza de Mina. Het laatste is een plein dat in 1838 werd aangelegd op grond van het voormalige klooster Convento de San Francisco. Een groene oase in een versteende stad. Er is meer groen aan de randen van de stad, binnen de vesting. De Paseo Canalejas nabij de haven, met iets ten noorden Plaza de España met het monument van de Constitutie van 1812, Jardines Clara Campoamor in het noordoosten en Parque Genoves in het noordwesten. 

Er is en was weinig licht en uitzicht in de stad. In de 17e en 18e eeuw komen kooplieden op het idee om torens op hun huizen te bouwen. Zo kon men met de bouw van een dergelijke toren meer licht in het pand brengen. Het leverde tevens een terras op hoogte op waarvandaan men kon uitkijken naar de schepen. Zo verrezen er meer dan 160 torens. De bekendste toren is Torre Tavira, gelegen op de hoek van de straten Marqués del Real Tesoro en Sacramento. Deze toren vormde het hoogste punt van de stad (met uitzondering van de torens van de kathedraal) met 33 meter boven straatniveau en 45,35 meter boven de zeespiegel. Dit leidde ertoe dat de toren in 1789 de officiële wachttoren van Cádiz werd waarmee de aankomst van de schepen werd geregistreerd. De toren is vernoemd naar Antonio Tavira, een voormalige officier van de Spaanse marine, de eerste wachter op de toren. Deze toren heeft velen tot de verbeelding gesproken. Zo hangt er een tekening uit het Kuifje-album ‘De Zonnetempel’ (oorspronkelijk uit 1949) waar de wachter op de Torre Tavira naar de schepen tuurt. Daar zie je de kenmerkende rode lijn tekeningen op de witte toren die je hier vaker in de stad op de torens ziet. In de toren is een tentoonstelling over de ontwikkeling van de stad te zien op de tweede en derde verdieping. Het dak is op de tweede verdieping waardoor de vrijstaande toren twee verdiepingen heeft. Op de bovenste verdieping is de lens gemonteerd die het zicht op de stad projecteert. Dit werd in 1995 in de toren gemonteerd en heet een camera obscura. Een ingenieus soort periscoop waarmee je de buitenwereld real time kunt observeren.

Hoe bijzonder dat ook mag zijn, voor ons gaat er niets boven het uitzicht op het dak, de Mirador. 360o rondkijken op een punt zoveel hoger dan de rest van de stad. De stad ligt aan je voeten, de strakke lijn van de Calle Sacremento snijdt door het dakenlandschap als een mes naar de zee. Als je je omdraait zie je de bruggen, de kathedraal, de markt, de andere torens en hoe de dakterrassen van de stad worden gebruikt. Zo toont de stad zich op haar mooist. 

Over de kathedraal hebben we nog niet gesproken. Zo van boven gezien, toont het zich majestueus met twee hoge achthoekige torens met bolle en holle vormen. Vanaf de Plaza de Catedral oogt de symmetrische barokke gevel eerder breed dan hoog. Dit wordt benadrukt doordat de onderste laag van een zandkleurig steen is, en de bovenste laag met de koepels in licht natuursteen zijn gebouwd. Als je om het gebouw heen gaat lopen, vraag je je af of al die onderdelen (kapellen) waar je langs loopt, wel bij de kathedraal horen. De kathedraal vervangt de eerste kerk die met de eerder genoemde plundering van de stad door de graaf van Essex in 1596 werd verbrand. De verplaatsing van het Huis van Handel van Sevilla naar Cádiz in 1717 was de aanleiding voor de grote economische ontwikkeling van de stad, en dus begon het kapittel met de bouw van een kathedraal die overeenkwam met de pracht van de stad. In 1722 startte men met de herbouw van wat men de nieuwe kathedraal ging noemen, Catedral de Santa Cruz de Cádiz. Het ontwerp was van Vicente Acero, een architect die aan de kathedraal van Granada heeft gewerkt. Hij trok zich terug en in 1739 nam Gaspar Cayón de leiding over, gevolgd door zijn neef Torcuato Cayón in 1757. Na Torcuato Cayón nam Miguel Olivares de leiding over tot 1790 het jaar waarin Manuel Machuca het overnam. Uiteindelijk, van 1832 tot 1838, toen de bouwwerkzaamheden als voltooid werden beschouwd, werd het project geleid door Juan Daura. In die 116 jaar is de bouw vaak gestopt en weer gestart en werden verschillende architectonische stijlen gehanteerd. Het begon in de barokke stijl maar werd later meer en meer neoklassiek en er zijn ook rococo elementen terug te vinden.

De kathedraal staat met het front naar het noorden aan de Plaza de la Catedral. Het koor staat aan de rand van de stad aan zee, aan de Campo del Sur Concepción.  De geschiedenis van een lange bouwtijd onder regie van verschillende architecten is bij het buitenom rondlopen goed afleesbaar. Ramen worden verplaatst zodra er een kapel bij komt en uiteindelijk komt men geld tekort om het hele gebouw in licht marmer af te werken. Vanaf zee verwacht je niet dat dit de kathedraal van deze stad is. De gevels vertonen aan deze zijde veel littekens, van verandering en van verval. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat onze verwachtingen over de binnenzijde niet hoog gespannen waren. Maar we hebben ons hierin vergist. Het leek wel of we een aquarel van John Ruskin waren binnengelopen. Hij was een Britse kunstcriticus met aanzien in de 19e eeuw en schreef en schilderde daarnaast zelf. Hij heeft veel kerken en voorname gebouwen geaquarelleerd. Een kenmerk van zijn aquarellen is dat met het lichte tintverschillen hij uitdrukking weet te geven aan de diepte die je in dergelijke gebouwen binnen ervaart. Het lijkt wel of hij dit interieur heeft vastgelegd. De kolommen zijn zo verfijnd gedetailleerd dat je niet door hebt hoe dik zij zijn en krijgen daardoor in zichzelf al diepte. Bij elke stap die je zet verandert het beeld en kun je weer iets dieper door kijken, alles in dezelfde nuances. De binnenzijde straalt een en al harmonie uit, in totaal contrast met de buitenzijde. Het is een groot harmonieus decor voor interieurelementen die ook zeer de moeite waard zijn zoals het koorgestoelte uit de 17e eeuw, twee orgels en een heel bijzonder ijzeren traliehek.

We betrapten onszelf dat we bij de kathedraal geneigd waren ‘to judge the book by its’ cover’. Het is nog altijd raadselachtig wat voor een contrast de binnenkant van de kathedraal vormde bij de buitenkant. Wat zijn we blij dat onze nieuwsgierigheid ons heeft behoed om ons oordeel al te vellen. Dat is wat reizen eigenlijk is: gedreven door nieuwsgierigheid op ontdekkingstocht gaan en blijven onderzoeken. Cádiz is dan ook meer dan de moeite waard.  

Deel dit artikel

Verken de omgeving

Bekijk waar dit verhaal zich afspeelt en ontdek andere reizen in de buurt.

Kaart laden…
De kaart kon niet worden geladen.