Grenzen in beweging
Grenzen opzoeken is leuk, spannend. Na de Europese eenwording en het verdrag van Schengen ervaar je de landsgrenzen wat minder dan vroger. Alhoewel dat de laatste jaren weer verandert, vooral in Duitsland. Waar je dat goed kunt ervaren is in de stad Görlitz en ruim 50 km noordelijker, in het Fürst Pückler park in Bad Muskau.
De meest oostelijk gelegen stad in het huidige Duitsland is Görlitz; het ligt oostelijker dan Dresden. De stad grenst aan Polen. Sterker nog: aan de overzijde van de rivier de Neisse, die sinds 1945 de grens vormt, ligt wat ooit het oostelijke deel van de stad was in Polen en heet dat nu Zgorzelec. Zoals in vele grensgebieden, zijn er veel oorlogen gevoerd en eiste telkens een ander land hier de macht op. Een dergelijke geschiedenis laat zijn sporen na, zowel in het stedelijk gebied als 50 km ten noorden van de stad in Bad Muskau, ook gelegen aan de Neisse.
Roerig is de kortst denkbare samenvatting voor de geschiedenis van de stad Görlitz. Reeds in de middeleeuwen was het een belangrijke stad, gelegen aan de Via Regia (Koninklijke straat). Deze handelsroute liep van Santiago de Compastella (Spanje) tot Kiev en Moskou. In Leipzig kruiste deze route de handelsroute Via Imperii (Keizersweg). De stad maakte deel uit van de Zesstedenbond van de Opper-Lausitz. Deze handelsorganisatie bestond naast Görlitz uit de steden Löbau, Bautzen, Zittau, Kamenz en het latere Luban (Duits: Lauban) en functioneerde van 1346 tot 1815. Het behoorde toe aan wat het Heilige Roomse Rijk werd genoemd, een los verband van staten, stadstaatjes en kerkelijke gebieden die in naam werden geregeerd door een door keurvorsten gekozen keizer. Vanaf 1438 was de keizer vrijwel altijd een Habsburger, die in Wenen aan het hof stond. Onder Keizer Karel V kwam het rijk tot grote bloei; in de periode maakte ook Nederland deel uit van dit rijk. In 1500 telde de ommuurde stad Görlitz 8.000 inwoners.
De geschiedenis van de stad is getekend door een grote stadsbrand. In de nacht van 12 op 13 juni 1525 brak er brand uit bij een bakkerij aan de Neisse. Een derde van alle gebouwen brandde daarbij af en er vielen vele doden en gewonden. De periode die hierop volgde zouden we de eerste wederopbouw van de stad kunnen noemen. Dit gebeurde onder leiding van de stadsbouwmeester Wendel Roskopf (1485-1549). Hij introduceerde de renaissancestijl, die tot op de dag van vandaag volop in de stad terug te vinden is. Maar daarover later meer.
De geschiedenis van de stad is getekend door vele oorlogen. Onder andere godsdienstige oorlogen in de 16e eeuw en een bezetting door Zweden in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) brachten de groei van de stad tot stilstand. In de tijd van Napoleon werden Franse soldaten op de weg terug van Rusland in de stad ingekwartierd. Epidemieën die zij meenamen, teisterden vervolgens de stad. Na deze oorlog werd de stad van Saksen afgescheiden en aan Pruisen toebedeeld als straf voor de collaboratie van de Saksen met de Fransen.
De stedelijke ontwikkeling kwam weer op gang door de aanleg van een spoorverbinding met Dresden, Berlijn en Breslau (Wrocław, nu in Polen) in 1847. Industrieën - vooral textiel, machinebouw en later optische producten - vestigden zich in de stad en trokken nieuwe bewoners aan. In 1850 had de bevolking zich al verdubbeld, dat gebeurde nogmaals in 1870 en opnieuw in 1910, tot het aantal van 86.000 inwoners. Deze groeiperiode is goed af te lezen aan de woonwijken die in de Gründerzeit (tweede helft 19e eeuw) zijn aangelegd. Mooie woonbuurten met parken en tuinen werden aangelegd. De stad werd een pensionopolis, het was zeer populair onder de gepensioneerde Pruisische ambtenaren. Een vriendelijk belastingsysteem, goede treinverbindingen en de natuurlijke omgeving, trok honderden rijke families aan. Dat leidde op zijn beurt tot de bouw van ambachtsscholen, een theater, winkels en cafés.
Kort na de oorlog bereikte de stad een inwonertal van even boven de 100.000, als gevolg van de exodus van vluchtelingen uit Silezië. Vanaf dat moment begon het inwonertal te dalen van 78.000 in 1988 naar 56.000 nu. In Zgorzelec vond wel bevolkingsgroei plaats. Vóór de oorlog telde dit stadsdeel 9.000 inwoners. Na 1945 vertrokken veel inwoners naar het westen. Daarvoor in de plaats kwamen de Polen; de stad telt nu 28.000 inwoners.
Na de val van de Muur in 1989 zijn er in de stad drie grensovergangen geopend: de stadsbrug aan de zuidzijde, de oude stadsbrug in het centrum (voor voetgangers en fietsers) en per spoor een grensovergang en iets ten zuiden aan de snelweg Autostrada 4. Grenspalen in de kleuren van het land markeren deze grensovergangen. In 1990 sloot de BRD met Polen een grensverdrag, een voorwaarde om zich met de DDR te mogen herenigen. Tijdens mijn eerste kennismaking met Görlitz in 2013 kon je de grens alleen ervaren door de grenspalen. Anno 2025 was de situatie anders. Sinds 16 september 2024 heeft Duitsland de grenscontroles met het land weer ingevoerd, dit ondanks het verdrag van Schengen uit 1985. Nu staan er aan weerszijden van de rivier militairen de wacht te houden.
De geschiedenis laat zijn sporen na in Görlitz en wel op een hele andere manier dan in vele andere steden. Er zijn nog stukken van de middeleeuwse stadsmuur te zien en een drietal stadspoorten: Nikolaiturm, Reichenbachter Turm en Frauenturm. Achter de Reichenbachteturm (kan worden bezichtigd en geeft een goed overzicht over de stad) is nog een deel van de stadsommuring bewaard gebleven, een rondeel. Onder de naam Kaisertrutz is hier het stadsmuseum te bezoeken dat goed inzicht geeft in de geschiedenis van de stad.
In Görlitz tref je nauwelijks stedenbouwkundige ingrepen aan in het historische stadsweefsel. De stadsontwikkeling uit de laat 19e eeuw had vooral in de Berliner Strasse naar het station toe plaats gevonden. In tegenstelling tot vele andere Duitse steden, was er geen oorlogsschade in de stad als gevolg van bombardementen of branden. In de DDR-tijd was de overheid geneigd weinig waarde toe te kennen aan de historische gebouwen en deze te willen slopen, maar Monumentenzorg kon dat laatste gelukkig vaak weerhouden. Het is aan deze instelling te danken dat in 1991 met de partnerstad Wiesbaden het Görlitzer Fortbildungszentrum für handwerk und Denkmalpflege werd opgericht. Het is ook dankzij deze periode van stilstand, dat veel historische panden bewaard zijn gebleven.
We hebben bij onze laatste reis in Görlitz een prachtig boek op de kop kunnen tikken: Auferstehung eines Denkmals Görlitz, Fotografien von Jörg Schöner uit 2016. Deze fotograaf, geboren in 1944 in Dresden, heeft foto’s van Görlitz gemaakt in de 80’er jaren. Hij kreeg in 1979 het idee van de Saksische Landeskonservator om voor zijn afstudeerproject naar Görlitz te gaan en de oude stad te fotograferen voordat ze in elkaar stortte of werd afgebroken. Hij kreeg daarvoor twee jaar de tijd. Het was een tijd waarin architectuur en gebouwen in de fotografie geen rol van betekenis was in de DDR, alles stond in het teken van reportages en sociale aspecten. In het archief vond hij veel foto’s van Robert Scholz (1843-1926): 5000 glasnegatieven van het stadse leven in Görlitz van rond 1900. De Landeskonservator had het goed gezien. De stad stond er deplorabel bij. In het boek wordt de stad omschreven als ‘een menging van verwaarlozing en morbide charme’. Schöner maakte ruim 2500 zwart-wit opnamen van de stad. Hij exposeerde de foto’s in 1992 in het museum van Wiesbaden. In 2005 keerde hij terug in de stad en maakte op exact dezelfde plaatsen kleurenfoto’s van vaak herstelde gebouwen. In het boek uit 2016 zijn de oude en nieuwe foto’s naast elkaar geplaatst. Dit levert een goed beeld over welke inspanningen zijn gepleegd om de stad weer op orde te brengen.
‘Stad van de renaissance’, dat was wat mij bijbleef na ons eerste bezoek. De reden dat mij dit in het bijzonder opviel, ligt waarschijnlijk in het feit dat dit een periode is dat in ons land veel minder sporen heeft nagelaten. De groeiperiode van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden lag vooral in de Gouden Eeuw (1588-1672), net na de renaissance. Het leuke van Görlitz is dat je deze geschiedenis terug kunt vinden bij allerlei panden in de stad, niet per se het raadhuis, kerken of andere belangrijke gebouwen. Een goed voorbeeld is de Untermarkt, naast het raadhuis. Aan de markt zijn grote zogenaamde Hallenhäuser. Dit is een type gebouw dat vooral in deze stad zo rond 1500 werd gebouwd. De huizen zijn gebouwd op een arcade die soms meer dan een verdieping hoog is. Dit gebouwtype was uitermate geschikt voor de handelaren: ze konden hun handelswaar droog uitstallen. Een bijzonder pand is de Ratsapotheke dat in 1552 tot stand kwam. Het is door de stadsarchitect is gebouwd in opdracht van Sebastiano Hoffmanns. Het pand heeft op de eerste en tweede verdieping een naar de hoek gedraaide erker in renaissancestijl. Op de gevel tref je nog twee oorspronkelijke zonnewijzers aan. In het huidige Ratscafé is op de eerste verdieping nog een origineel interieur uit de bouwperiode te zien. Het pand links van de Ratsapotheke is een heel mooi voorbeeld van een renaissance pand met vier verdiepingen (waarvan de bovenste twee als opslagruimte dienden).
Een van de meest bijzondere straten is de Peterstrasse; hier tref je nog menig pand aan met een renaissance portaal. Het meest opvallende pand (dat ook in het boek van Schöner staat) staat op de hoek met de Nikolaistrasse. Dit gebouw is waarschijnlijk in 1544 door de stadsbouwmeester gebouwd. Hier is bij de renovatie in 1895 het typische renaissance schildering op de gevel aangebracht van grijze schijnblokken en witte voegen. Ook dit pand heeft een renaissance portaal. Een ander gebouw met een opvallende renaissance schildering is het pand en pakhuis Waidhaus uit eind 15e eeuw (Waid was het Duitse indigo) naast de St. Peter en Paul kerk.
Het oudste deel van de stad ligt tussen twee – totaal verschillende - kerken. De net genoemde St. Peter en Paul is gelegen op het hoogste punt van de stad net naast de rivier Neisse; na de Lutherse reformatie werd het een protestantse kerk. De eerste steensleeging van huidige kerk vond plaats in 1423. Het is een laatgotische vijfbeukige hallenkerk (alle beuken in de kerk zijn even hoog). Het gebouw in 72 meter lang en 39 meter breed. Het plafond is een netwerkgewelf met lichtgrijs geschilderde ribben. Na een grote brand in 1691 werd de kerk in barokke stijl aangepast. De twee opvallende neogotische torens zijn uit 1891. Een bezienswaardigheid in deze kerk is het zogenaamde Sonneorgel. Het orgel is gebouwd in 1697 door Eugenio Casparini samen met zijn zoon Adam Horatio. De orgelkast is voorzien van zeventien cirkelvormige zonnen en is ontworpen door Johann Conrad Büchau. De kwaliteit van het orgel was niet best. In 1997 werd een nieuw orgel in de kast gebouwd, die daarvoor in 2004-2006 werd uitgebreid.
De kerk aan de westzijde van de stad is de kerk van de Drievuldigheid. Deze oudste kerk van de stad behorende bij het klooster van de Franciscaner orde. De eerstesteenlegging vond plaats in 1234. Twee romaanse zuilen met triomfbogen getuigen nog van deze periode. In 1371 werd de kerk uitgebreid met een Gotisch koor en een toren. De Barbara kapel met netgewelf werd rond 1420-1450 verbonden met het klooster. In deze kapel staan veel kunstwerken zoals de oudste overgebleven grafsteen uit 1381 en het houten beeld van de peinzende Jezus uit 1500. Ruim een eeuw later, in 1564 sloot het klooster en werd het vanaf 1548 en evangelische kerk. Heel bijzonder is dat een deel de kloostergang in het zuidelijk deel van de kerk is geïntegreerd. De gewelven en de beschilderingen van 1425-1435 zijn daarmee bewaard gebleven. De smalle zaalkerk heeft daardoor een eigenaardige heroriëntatie gekregen dwars op het schip. Vanaf 1715 heet de kerk Drievuldigheid (Driefaltigheitskirche).
Görlitz is een van de weinig steden in Duitsland waar je een vooroorlogse synagoge kunt vinden, twee zelfs. De oude synagoge uit 1853 staat er nog altijd, in de Langenstrasse. In 1870 heeft de lokale joodse gemeenschap een fonds opgericht voor de bouw van een nieuwe synagoge. Het aantal joden in de stad was van 111 in 1849 naar 694 gegroeid in 1890. Koopman, ondernemer en gemeenteraadslid Emmanuel Alexander Katz kocht in 1907 een grondstuk dicht bij het park en schonk dit aan de joodse gemeente. Er werd een prijsvraag uitgeschreven voor dit gebouw die door de architecten William Lossow (1842-1914) en zijn schoonzoon Max Hans Kühne (1874-1942) uit Dresden werd gewonnen. Zij zijn later bekend geworden met hun ontwerp van het hoofdstation van Leipzig (1909-1915).
Het gebouw werd tussen 1909 en 1911 gebouwd. Het ontwerp oogt modern en strak van buiten. De architecten hebben met bekende kunstenaars samengewerkt maar dat zie je pas aan de binnenkant. Daar is het gebouw rijk versierd met jugendstil elementen en Moorse-byzantijnse motieven. Het is gebouwd met moderne bouwtechnieken voor die tijd. Zo is de grote ronde centrale zaal voorzien van een gewapende betonnen koepel. Om die centrale hal - met ruimte voor 280 mannen - zijn alle andere ruimten gegroepeerd, zoals entree, garderobe, toiletten, door-de-weeks gebedsruimte en woning. Boven is het vrouwenbalkon met plek voor 220 vrouwen.
Vanaf 1933 werden de joden uit de stad verdreven en na 1945 was er geen joodse gemeente meer in de stad. Zoals eerder gemeld, heeft Görlitz weinig oorlogsschade opgelopen. De synagoge werd in de porgramnacht 9 november 1938 in brand gestoken, maar de brandweer kon het gebouw behouden. In 1963 kwam het gebouw in eigendom van de gemeente die er een theater in onder bracht. Maar het gebouw raakte in verval. In 1972 overwoog de stad het gebouw te slopen wat is voorkomen door het ingrijpen van Monumentenzorg. Herstel aan de koepel was hoogstnodig en werd in 1990 ter hand genomen. Heel veel plannen voor nieuwe functies passeerden de revue onder andere theater, zwembad, bibliotheek, turnhal en concertzaal. In de jaren ’80 schoot de bewustwording van de joodse geschiedenis van de stad wortel en werd de pogromnacht in 1988 herdacht; let wel in de DDR-tijd. Vanaf dat moment zette een groep inwoners zich in voor het behoud van de synagoge. Restauratiewerkzaamheden vonden in de 90’er jaren plaats. In 2004 werd een stichting in het leven geroepen voor het gebruik van het gebouw met als centrale thema’s: de geschiedenis van het jodendom, tolerantie en burgermoed, muziek, literatuur, kunst, de tradities en perspectieven van midden Europa. De synagoge kan met rondleidingen worden bezocht en wij hebben een van de beste rondleidingen ooit hier meegemaakt.
De herinnering aan de joodse geschiedenis is ook terug te vinden op de joodse begraafplaats in het zuidwesten van de stad. Het is nu gemeentelijk eigendom. Het is toegankelijk (niet op zaterdag, sabbath) en zeer de moeite van het bezoeken waard. Er staan 569 grafmonumenten in een parkachtige setting (4.700 m2 groot); vrij ongebruikelijk bij joodse begraafplaatsen. Sinds 2015 staat er een modern monument om de 323 offers van de KZ Biesnitzer Grund (concentratiekamp) en het crematorium te herdenken. Het is een cortenstalen constructie van zeven staanders en zeven balken met glasplaten (zeven is een belangrijk getal voor de joden). Op de glasplaten zijn namen (148) gegraveerd, daarnaast zijn er lege glasplaten voor de onbekende offers. Op de balken tussen het glas is er ruimte om steentjes te plaatsen. De oude grafmonumenten zijn alle naar het oosten georiënteerd. Een groot aantal monumenten is verweerd, daar de graven niet mogen worden geruimd. De grafmonumenten van de familie van de eerdergenoemde Emmanuel Alexander Katz zijn kunstwerken op zichzelf. Ook het grafmonumenten van andere vooraanstaande joden, waaronder die van Louis Friedländer, zijn hier te vinden.
Louis Friedländer was de man die in 1898 het eerste echte warenhuis in Görlitz oprichtte aan Marienplatz met de naam Zum Strauss. Dit pand werd later door de heren Lindemann en Ploschitzki in 1912-1913 gesloopt en vervangen door een van de mooiste warenhuizen in het land. Als voorbeeld diende het Kaufhaus Wertheim in Berlijn. Het ontwerp was van de hand van Carl Schmanns (1880-1960) uit Potsdam. De buitenkant van het gebouw is een mooi voorbeeld van Art Nouveau, met een rijk gedetailleerde zandstenen gevel. Echt bijzonder is het interieur van de winkel: het ruime atrium is bekroond met een spectaculaire glazen koepel. Het daglicht vestigt de aandacht op de trappen met rijkelijk versierde zuilen en Jugendstil-ornamenten. De grandeur van het interieur wordt versterkt door de grote, uitgebreide kroonluchters. Dit zijn overigens replica’s uit 1993. Nadat het warenhuis eerst door een klein lokaal bedrijf werd overgenomen, werd het in 1929 overgenomen door de Rudolph Karstad AG. Na de Tweede Wereldoorlog werd de winkel onderdeel van de staatsgecontroleerde detailhandel in de DDR, waarbij verschillende restauraties werden uitgevoerd om het architectonische erfgoed te behouden.
Ondanks de uitdagingen van veranderende economische omstandigheden bleef het gebouw een gekoesterde bezienswaardigheid. In 2012-2013 kreeg het gebouw weer bekendheid als filmlocatie voor de film ‘The Grand Budapest Hotel’. Görlitz wordt ook wel een Görliwood genoemd omdat de historische stad zich zo goed leent als locatie voor films. Zo is een aantal opnames van de film Inglorious Basterds uit 2009 ook in de stad opgenomen. In augustus 2009 ging Karstad in Görlitz failliet. Het warenhuis is vervolgens in eigendom gekomen van een lokale ondernemer: Prof. h.c. (RCH) Dr. Med. Winfred Stöcker. Zijn droom is om het warenhuis weer in ere te herstellen met eigentijdse shop-in-shop formules en hij heeft hiervoor een ontwerp laten maken. Het is nu afwachten of en wanneer dit kan worden gerealiseerd.
Pückler reisde graag. Tussen 1806 en 1810 ging hij naar Zuid-Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië en Frankrijk. Na een reis door Engeland in 1814-1815 was hij onder de indruk gekomen van de Engelse landschapsstijl. Dat leverde de inspiratie op voor het landschapspark in Bad Muskau. De hoofdhovenier Jacob Heinrich Rehder zorgde voor de uitvoering en instandhouding van het park van 1790 tot zijn dood in 1852. Het parkdeel van 257 ha werd tot romantisch park heringericht. Een nieuwe zijstroom van de Neisse werd uitgegraven voorzien van vijvers, watervallen, eilanden en bruggen. Bomen van soms al 40 jaar oud werden verplaatst om zichtlijnen te creëren, ondersteund door verschillende velden van beplanting. De bestaande hoogteverschillen, de beplanting, de oevers van de rivier, de vijvers en bruggen werden zodanig ingezet dat de bestaande de kastelen het oude het nieuwe slot goed tot hun recht kwamen. Het oude slot werd afgebroken tot het deel van de oude burcht en later weer opgebouwd, de oranjerie en de oude stallen werden gerestaureerd.
Op een aantal plaatsen staat een spreuk van Fürst Pückler op een bord. Zoals:
‘Der Garten
ist eine ausgedehntere Wohnung.
Alles biete hier Schmuck
sorgfältigste Haltung, und so viel
Pracht dar als die Mittel erlaubeln’
“De tuin
is een uitgebreidere woning.
Alles biedt hier sierlijkheid,
de meest zorgvuldige verzorging, en zoveel
pracht als de middelen toelaten.”
Fürst Pückler 1834
Tussen 1826 en 1829 reisde hij nogmaals naar Engeland om vervolgens tussen 1834 en 1840 zijn bakens te verzetten door naar Noord-Afrika en het Verre oosten te gaan. Hij heeft na het park in Bad Muskau nog twee andere parken aangelegd: in Babelsberg (bij Berlijn, 1842-1857) en in Branitz ((1845-1870). De familie Pückler had het dorp Branitz bij Cottbus in 1696 gekocht en in 1770-71 werd daar het familiekasteel gebouwd. In 1845 verkocht de graaf – wegens geldnood - park en kastelen in Bad Muskau Hij ging terug naar Branitz en begon hier te werken aan een nieuw landschapspark. Hij overleed in dat kasteel en is daar in een piramide in het meer begraven.
De nieuwe eigenaren van het Fürst Pückler park verkochten het een jaar later aan Prins der Nederlanden Frederik van Oranje-Nassau, die het kuurpark uitbreidde. De Nederlands prins liet zijn sporen achter: hij liet het kasteel in neorenaissance stijl optrekken. Dat is nu niet meer in die hoedanigheid te zien want op 30 april 1945 stortte het kasteel in na brandstichting. Doordat het park na de oorlog bij de DDR hoorde, werd het gebouw onteigend. In 1955 kwam het gebouw onder monumentenzorg te staan. In 1993 is gestart met de wederopbouw van het kasteel. De zuidvleugel kwam in 2008 gereed. Vanaf dat moment is er een tentoonstelling te zien over Fürst Puckler zoals hij meestal werd genoemd. In 2012 was de westvleugel gereed met trouwzaal, tentoonstellingsruimte en toren. De toren is te beklimmen en biedt goed zicht op het gebouw en het park. In 2013 was de wederopbouw met de realisatie van de feestzaal gereed. Het kasteel valt vandaag de dag op met zijn rood stucwerk, witte banden en ornamenten. Ook het oude kasteel (twee verdiepingen hoog bij de entree van het park) viel ten prooi aan de brand in de oorlog. Tussen 1965 en 1968 werd het weer opgebouwd. Het is nu in gebruik bij de lokale overheid en de stichting van het park heeft het archief hier ondergebracht.
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam het park in verschillende landen te liggen: in de DDR en in Polen. Het onderhoud van het Duitse deel werd in 1953 door monumentenzorg opgepakt maar liep onder de laatste eigenaren al terug en raakte in het slop. Het Poolse deel viel onder het staatsbedrijf voor bosbouw. De totale grootte van het park bedraagt nu 545 ha. In 1988 zijn de landen bij elkaar aan tafel gaan zitten om uiteindelijk in 1989 een gezamenlijke overeenkomst te tekenen over de wederopbouw en het herstel van het landschapspark. In 1993 leidde dat tot de oprichting van een gezamenlijke stichting. De bekroning van deze samenwerking vond in 2004 plaats met de benoeming tot Unesco werelderfgoed.
Je kunt heerlijk wandelen en fietsen in het park dat overdag (gratis) toegankelijk is. De paden brengen je op een aantal plekken over de rivier de Neisse, dus over de grens. Aan het park kun je niet zien in welk land je bent, hoewel het Poolse deel meer hoogteverschil en bossen kent. Net als in Görlitz herken je de grenzen aan de gekleurde grenspalen (twee meter hoog). En net als in de stad, staan hier nu militairen deze grenzen te bewaken. Je kunt beter zeggen, zich stierlijk te vervelen. Er staat een dixi toilet naast, wat wel fijn is anders zou je een militair in de bosjes kunnen tegenkomen. Het internationale park is helaas niet grenzeloos.
2026