Verrassingen in het Hogeland
Het Hogeland heeft ons al een kwart eeuw in zijn greep. Verliefd geworden op deze streek in het noorden van Groningen, waar de dorpen nog los van elkaar staan en omringd zijn door landschap en vooral veel lucht. Het fijne hiervan is dat je veel kunt kijken en dus ook veel kunt zien. Het minste of geringste verschil in de hoogte van het land kun je goed ervaren als het merendeel vlak is. Zo kun je de gefrustreerde wierden, verlaten terpen op zijn Gronings, met gemak terugvinden. Dit is een van de oudste cultuurlandschappen van Nederland. Naast boerderijen waren het vooral de kerken en de kerkhoven die op wierde werden gebouwd. De wierden ontstonden door het land op te hogen met kwelderzoden, mest en afval. Zo was men veilig voor de vele overstromingen die vroeger hebben plaatsgevonden. Die overstromingen hebben hun sporen achtergelaten in dit land, zowel door wat de natuur heeft gedaan als wat de mens heeft gedaan om de natuur in bedwang te houden.
Na de Sint Marcellusvloed en aantal overstromingen die daarna volgden, besloot men het Reitdiep (door Jan de Nijl van het noorden genoemd) te voorzien van dijken. Daardoor werd de noordelijke benedenloop van de rivier de Hunze een heel klein riviertje. Nu met de naam Kromme Raken. We zetten de fiets neer in het Bos Abelstok dat aan deze rivier ligt. Eerst even stilstaan bij de naam. Abelstok is de naam van het gemaal en de naamgever voor de brug over de Kromme Raken. De brug heet Abelstokstertil; til is brug op zijn Gronings. Er is een rijmpje van Tonnis van Duinen in de Groninger Volksalmanak van 1839 dat een toelichting geeft op de lokale namen in deze streek. ‘Ene Abel zou gewed hebben dat hij met een polsstok over het water kon springen (Abelstok). Hij sprong zó ver dat hij uit het zicht verdween en iedereen hem kwijt was. De mensen riepen: ‘‘Wee, o, wee!’’ (Wehe). Met Abel was echter niets aan de hand en om iedereen duidelijk te maken dat hij nog leefde, blies hij op zijn hoorn (Den Hoorn). De mensen begrepen het en zeiden opgelucht tegen elkaar ‘d’n mens is er weer’ (Mensingeweer).’ Al in de 16e eeuw werd Abelstok als naam genoemd in verband met het onderhoud van Kromme Raken en zou het ‘abtenstok’ kunnen betekenen.
We lopen door Bos Abelstok in zuidelijke richting naar het buurtschap Klein Maarslag. Je ziet alleen een kleine verhoging in het landschap omringd door bomen met een haag en je kunt het je niet voorstellen dit ooit een volwaardig dorp was. Wat nu nog resteert van het dorp is alleen nog het oude kerkhof met ongeveer twintig zerken en een aantal ledikanten (ijzeren hekwerken om een graf heen).
Wat men door middel van opgravingen van de beroemde professor Van Giffen in 1953 weet, is dat het kerkhof veel ouder is dan de kerk die er ooit heeft gestaan. Het dorp en de kerk werden als wraakactie door Staatse troepen uit Friesland in brand gestoken in 1584. In de grond waren nog veel sporen van de oude kerk terug te vinden. De plattegrond werd afleesbaar gemaakt door middel van verschillende steenslag voor de verschillende fasen, maar door deze met schelpen af te dekken is de fasering nu niet meer leesbaar. De plattegrond overigens nog wel. In 1811 werd de kerk wegens bouwvalligheid afgebroken en het materiaal bij andere bouwprojecten hergebruikt. De wierde werd voor het grootste deel – zoals gebruikelijk in deze streek – afgegraven in de 19e of 20 eeuw. De vruchtbare grond was gewild in de omgeving en bracht geld op. De wierde die overbleef steekt krap twee meter uit boven de omgeving. De zes huizen die er later nog stonden zijn afgebroken tussen 1850 en 1930. De sporen uit het verleden zijn nog goed af te lezen op deze begraafplaats. Er wordt gezegd dat dit mogelijk de oudste zerken zijn in de buitenlucht in Nederland. Allerlei symbolen van de dood zijn hier terug te vinden: pelikaan die met haar eigen bloed haar jongen voedt, treurwilgen, doodshoofden, zandlopers, weegschaal, zonnestralen en lam Gods. De oudste zerk dateert uit 1609 en het vermoeden is dat deze vroeger in een kerk heeft gelegen. Het graf van Kornelius Wiersema, geboren in 1550 is nog net leesbaar:
Anno 1609, de 23 junius, is den E. und fromen Kornelius Wiersema Christelick in den Heeren entslapen, sin seele leeft in Godt. Alles wat Ghij biddet in Juw Gebedt, so Ghij gelovet, so wert Ghij entfangen.
Nog net iets beter leesbaar is een graf uit 1663 waar ook nog naar Maarslag wordt verwezen:
Anno 1663 den 31 october is de duegtsame Winke Bouwens huisvrou van Onne Tomens tot Maerslach in den Heere gerust voor wachten een salige opstanding in Christ
Het lijkenlaantje waarover de begrafenisstoeten gingen, is als pad nog terug te vinden en brengt je naar het buurtschap Groot Maarslag. Een voelbaar hoge wierde (drie meter hoger dan het omliggende land) op de oude oeverwal van de Hunze met een aantal boerderijen die aan de oude Ossegang liggen. Dit is de oude ringweg die men gebruikte om het vee naar het land te brengen.
Het lijkenlaantje waarover de begrafenisstoeten gingen, is als pad nog terug te vinden en brengt je naar het buurtschap Groot Maarslag. Een voelbaar hoge wierde (drie meter hoger dan het omliggende land) op de oude oeverwal van de Hunze met een aantal boerderijen die aan de oude Ossegang liggen. Dit is de oude ringweg die men gebruikte om het vee naar het land te brengen. Je ervaart de hoogte in dit vlakke land als je naar de top van de wierde loopt. Als je nog iets verder doorloopt dan kom je voor nog een verrassing te staan: Wijngaard Hof van 't Hogeland. Elma Middel is in 1994 hier neergestreken met haar paarden. De aardbeving in Huizinge 2012 bracht zoveel schade aan haar huis toe dat het onverkoopbaar was en haar pensioenplan ging in rook op. De grond moest geld gaan opbrengen en dat bracht haar op het plan om een wijngaard te starten, hoewel ze geen enkele ervaring op dit gebied had. Hier worden twee druivenrassen verbouwd: de Johanniter en de Solaris. Elma Middel laat de natuur haar gang gaan en gebruikt geen bestrijdingsmiddelen. Gras groeit onder de wijnranken en de zilte wind doet de rest om (valse) meeldauw weg te houden. Zo kun je de vruchten van het Hogeland proeven in frisse witte wijnen.
We gaan terug naar het Bos Abelstok. Als we net het bos in zijn, slaan we rechtsaf (naar het oosten). Als je verder het bos in loopt dan valt je op dat dit toch wel andere bomen zijn dan je hier normaal zou verwachten. Het blijkt een oude fruitboomgaard te zijn dat ‘verbost’ is geraakt. In het hoge noorden komen fruitboomgaarden ook niet veel voor en de meesten die ik ken horen bij de borgen of boerderijen. Je voelt direct dat hier iets bijzonders aan de hand is. Op deze voorjaarsdag doen de kronkelende stammen van de oude hoge appel- en perenbomen mij denken aan een van de schilderijen van Vincent van Gogh. Hij schilderde bloeiende amandelbomen tegen een blauwe lucht. Hij maakte dit schilderij in 1890 voor zijn broer Theo en zijn vrouw ter ere van de geboorte van hun zoon Vincent Willem. En net als in het schilderij kijk je van onder tegen de hooggelegen bloesems aan. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat je de bloesem niet zo goed ziet als op het schilderij doordat de bomen zeker vijf meter hoog zijn en door de verwildering er niet zoveel bloesem in komt. Maar de stammen lijken wel op het schilderij.
Het is heerlijk om hier in alle seizoenen rond te lopen. In de winter om de kale takken te zien, in de lente om de bloesem te bewonderen, in de zomer om het fruit te zien groeien en in de herfst om het fruit te plukken of het tussen de gevallen bladeren op de grond te zien liggen. Als wij hier rondlopen, dan komt de vraag boven: hoe is hier – in dit vlakke Groninger landschap – ooit een fruitboomgaard ontstaan?
Dit gebied wordt Bos Abelstok genoemd en wordt beheerd door Staatsbosbeheer. In 1923 werd hier een boomgaard van appel- en perenbomen aangelegd door Johannes Petrus Bos uit Wehe-Den Hoorn. Bos had al een boerderij en akkerbouwbedrijf in Wehe-Den Hoorn, maar wilde in Abelstok een hoogstamboomgaard met appel- en perenbomen die onderdeel uit ging maken van zijn kwekerij ‘de Morgenzon’. In 1961 overleed Bos en zes jaar later verkocht zijn erfgenaam neef Jan de toen al sterk verouderde boomgaard aan Carel Klijnhout (1912-1983) uit Den Haag. Klijnhout was een publicist en adviseur op het gebied van landbouwpolitiek en -economie. Hij vond dat de tijd rijp was voor biologisch-dynamisch fruit en zette het bedrijf voort. Op dat moment bleek onbespoten fruit in deze streek nog niet rendabel. Klijnhout kwam in financiële en praktische problemen nadat justitie eind 1971 beslag had gelegd op de goederen en activa van zijn hypotheeknemer, de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf in Groningen. Hij vond wel gehoor voor zijn biologisch fruit bij een kleine groep aanhangers van de Kabouterbeweging uit Amsterdam. Zij vormden in 1971 een commune in de boerderij, toen nog met toestemming van de eigenaar. Zij verkochten het fruit ondershands in de hoofdstad aan winkels voor natuurproducten.
Abelstok trok jongeren uit het westen aan die in de boomgaard wilden werken. Dat vonden Groningers maar raar en er werd druk gepraat over die ‘langharige jongens uit de Randstad’ die op Abelstok werkten. De groep jonge werkers werd door het Nieuwsblad (22 juli 1977) omschreven als ‘een macrobiotische commune bestaande uit steeds wisselende mensen van verschillende nationaliteiten’. Klijnhout was uiteindelijk niet blij met de commune en zette zich in om de groep van zijn land te weren. De gemeente Leens verklaarde het huis Abelstok onbewoonbaar en zette uiteindelijk de krakers eruit. Klijnhout besloot de bongerd helemaal te laten verwilderen, als een natuurlijk rustpunt in de verder totaal agrarisch bewerkte omgeving. Er woonde een vrijwilliger van de Stichting het Groninger Landschap in een caravan op het terrein om stropers en fruitdieven op een afstand te houden.
Getuige een bericht in het Nieuwsblad van het Noorden op 14 oktober 1977 brandde de boerderij in zijn geheel af. Op oude foto’s kun je nog wat resten van gebouwen vinden, maar dat is nu niet meer het geval. Pas in 1978, toen het strafproces inzake het Bakkers Pensioenfonds was afgerond, kreeg Klijnhout weer de volle beschikking over Abelstok. In 1980 droeg hij het gebied Abelstok over aan de Stichting Beheer Landbouwgronden. In 1984 liet deze stichting een stuk bos bijplanten, waarmee het dorpsbos zijn huidige vorm kreeg.
Als je de bosrand aan de oostzijde volgt, kom je bij een heel bijzondere brug over een watertje. De brug is gemaakt in de vorm van een picknickbank. Een mooie reden om de wandeling even te stoppen. Deze plek geeft je zicht op de mooie bomen en een kijkje op het achterliggende land. En de bank geeft je een reden om er iets langer te blijven, om met anderen te praten en te picknicken in het sprookjesbos. Als je weer terug bent bij het gemaal, heb je gedurende ongeveer 2 km veel verschillende landschappen kunnen lezen.
2022